Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Krol
< Crol < Croll

kenmerken:
lichaam en kleding
oude spelling

specifieke componenten:

geen affix

lichaam en kleding

Iemands uiterlijk was bepalend voor het naamgevingsmotief. Op metonymische wijze werd een bijnaam gecreëerd die een lichamelijk kenmerk belichtte, bijvoorbeeld de naam Korthals, of een kenmerkende kledingdracht, zoals de naam Ruigrok. Voor opvallend haar onstonden namen als Krol, Krul, (De) Kruijf(f), Krook, Withaar, Wittebol, Roo(d)bol, Zwartbol, Witlox, Kroeskop. Voor het gezichtshaar: Baart, Baartman(s), Knevel, Knevelbaard, Breebaart, Spitsbaart, Barbe (Barbé), Weisbarth, Goldbarth. De benen en het lopen werden uitgelicht: Poot, Been, Voets (Voet, Voeten), Ligtvoet, Stutvoet, Ber(re)voets, Geilvoet, Hazevoet, Crompvoets, Crombeen, Roodbeen, Rothfusz, Korteknie, Langbein.
Andere lichaamsdelen die in het oog sprongen: Dui(j)m, Vinger, Negenvinger, (De) Vuijst, Hardevuist, Groothand, Nak(ken), Hartnack, Korthals, Knook, S(ch)nabel, Snater, Beck?, Hooft, Bloot(s)hoofd, Brooshooft, Kouthoofd, Grootkop (Grosskopf), Kopf, Silvertand, Neus, Brui(j)nooge, Leefoge, Buijck, Suijkerbuijk. Of iemand met een wond: Schram(m). Het gevoelsleven: Ligthart.
Met kleding en andere dracht: Mantel, Rui(j)grok, Gouwerok, Schoonrok (Schönrock), Wittrock, De Kovel, Wammes, Mouw(en), Halfmouw, Den Hoed, Geelhoed, Zwarthoed, Groothoed, Schönhuth, Bril, Bla(a)uwbroek, Muts, Bondrager, Kraag, Beugeltas, Zomerschoe, Holtzschue (Holzschuh), Trip.
Het is overigens moeilijk te bepalen of er geen sprake is van interferentie met andere naamsoorten. De naam Klomp wordt bijvoorbeeld in de eerste plaats als een beroepsbijnaam beschouwd voor de klompenmaker, maar het zou ook kunnen dat het een bijnaam is voor een klompendrager of een adresnaam bij een huis waar 'de Klomp' uithangt.

Met het aantal namen van 1947 als uitgangspunt kan in volgorde van kwantiteit het volgende lijstje van de eerste 25 gemaakt worden:
1. Krol, 2. Poot, 3. Schram, 4. Ligthart, 5. Been, 6. De Kruijf, 7. Krul, 8. Voets, 9. Mantel, 10. Baart, 11. De Kruijff, 12. Beck (heeft ook andere betekenissen), 13. Ligtvoet, 14. Trip, 15. Ruigrok, 16. Den Hoed, 17. Ruijgrok, 18. Voeten, 19. Voet, 20. Knook, 21. Geelhoed, 22. Bril, 23. Berrevoets, 24. Withaar, 25. Bart?

• [Ann Marynissen, 'Eigenschappen als benoemingsmotief: lichaamskenmerken in familienamen', in: Voor Magda 2010, p 429-439].

afkortingen en bibliografische notaties: