Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Bekker
< Bekkering < Beckeringh
Bekking
Bakering
Bekkerin

verklaring:
Als de ontstaansgeschiedenis van onderstaande Beckering ook van toepassing is op de naamvorm Bekkering, dan kan worden geconstateerd dat deze naam een variant is van Bekker = Bakker, hier in het bijzonder: koekbakker.
De uitgang -ing is hier familienaamvormend toegepast. Of Bekkering verwijst naar de woning van de bakker, zodat de familienaam Bekkering letterlijk kan worden uitgelegd als 'wonend in het huis van de bakker'.


kenmerken:
beroepsnaam adresnaam

specifieke componenten:

ing

beroepsnaam

Deze categorie bevat de familienamen die berusten op de woordcategorie die met de Latijnse term 'nomina agentis' wordt aangeduid: woorden die van werkwoorden zijn afgeleid en handelende personen aanduiden. In de naamkunde is de term beroepsnaam ingeburgerd, maar die is strikt genomen niet helemaal dekkend. Tot deze categorie worden ook namen gerekend die aangeven wat iemand (wel eens of gewoonlijk) doet, maar daarmee niet per se zijn brood verdient.
Maar de term beroepsnaam overtreft het nomen agentis met namen op -man, zoals Koopman en Appelman (appelhandelaar), en nog een aantal namen die van oorsprong geen handeling belichamen.
De zogenaamde indirecte of metonymische beroepsnamen, zoals Brood voor 'bakker' en Appel voor 'appelhandelaar' (één van de mogelijkheden), rekenen we niet tot deze categorie.
Wel zijn in deze categorie ook de 'standsnamen' ondergebracht, zoals Burger, De Poorter, De Ridder, Knaap, Meijer (vgl. dts. Standesname).

• "Onder beroepsnamen verstaat men die familienamen waarvan het voorstadium oorspronkelijk iemands beroep, ambt of rang binnen een beroep aanduidde, dus familienamen als Bakker, Boerrigter en Vaandrager" [Ebeling-1993, p 134].
• "In het Oudgermaans werden nomina agentis gevormd met het suffix -(j)an, dat in het Middelnederlands -e werd, bijv. Middelnederlands hertoge '(letterlijk) legeraanvoerder', Nederlands bode, Middelnederlands kempe 'kamper, vechter', schenke 'schenker', scutte 'schutter' (Duits Schütze), Middelnederlands herde 'herder'. Toen het suffix -e niet meer distinctief was, werd het vervangen door -er, -aar" ['Taalkundige termen', in: ..., p. 38].
• [J.B. Glasbergen, Beroepsnamenboek. Nederlandse beroepsnamen vóór 1900, Amsterdam-Antwerpen (Veen) 2004].

afkortingen en bibliografische notaties: