Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Schoenmaker
Schoon
< Schoen < Schön
Schoe
Schoens

verklaring:
1. Bijnaam voor een schoenmaker. Het Nederlandse woord schoen is in feite een meervoudsvorm: schoe + -en; vergelijk de naamsvormen Schoe in Zeeland en Schoo in Noord- en Zuid-Holland, en vergelijk het Duitse woord Schuh en het Engelse woord Shoe.
2. Bewoning van het huis De Schoen of bijvoorbeeld De Vergulde Schoen (vergelijk onderstaande referentie). Mogelijk is het pand zo genoemd door een schoenmaker die hier zijn nering dreef en bleef de huisnaam behouden toen er geen schoenmakerij meer in gevestigd was.
3. Adaptatie van de Duitse naam Schön, dat wil zeggen 'de Schone, de Mooie'; vergelijk de Nederlandse familienamen Schoon en Mooij. De Duitse ö (o-umlaut: eu) werd in het Nederlands vaak als -oe- weergegeven; vergelijk Schoenberger < Schönberger.

Citeren:
Leendert Brouwer, 'Schoen', in: Nederlandse Familienamenbank = CBG Familienamen, Amsterdam, Meertens Instituut / Den Haag, CBG Centrum voor familiegeschiedenis, 2000...


kenmerken:
metonymische beroepsnaam adresnaam adjectief
adaptatie

specifieke componenten:

geen affix

adjectief

Tot deze categorie behoren de familienamen die afgeleid zijn van bijvoeglijke naamwoorden en die een zelfstandig naamwoordfunctie hebben gekregen (gesubstantiveerde adjectieven), zoals De Jong en Zwart. Het betreffen veelal bijnamen op basis van fysieke of mentale kenmerken. De verschillende haarkleuren hebben bijvoorbeeld verschillende familienamen opgeleverd, zoals De Wit voor een witharig of helblond persoon, De Roode of De Rooij voor een roodharige, De Bruin voor een donker- of bruinharige en Swart of De Zwart voor een zwartharige.
De naam De Jong, de meest voorkomende familienaam in Nederland, kan overigens als equivalent van het predikaat 'junior' ten opzichte van 'senior' worden beschouwd. Deze naam liet als bijnaam meestal een vader-zoonverwantschap zien: bijvoorbeeld Jan Jansz (de oude) ten opzichte van Jan Jansz 'de jong(e)'.

• Bij de kaart van (De) Groot / (De) Groote: "In het zuidwesten tekent zich een aaneengesloten gebied met vormen met eind-e af, in het noordoosten daarentegen komen de namen met eind-e voor naast namen zonder sjwa. Eigennamen en soortnamen hebben zich in dit geval ook in grammatisch opzicht van elkaar gedistantieerd: bij de appellatieve constructie 'de grote' is in de standaardtaal de eind-e als grammatische markeerder van het gesubstantiveerde adjectief behouden; bij de familienamen kon de slot-e des te gemakkelijker geapocopeerd worden, omdat hij grammatisch functieloos geworden was (cfr. Leys 1962: 25)." [Ann Marynissen, 'Taalverandering tussen evolutie en normering. De e-apocope als breuklijn tussen het Nederlands en het Duits', in: Nederlandse Taalkunde 14 (2009), nr 3, p 249].
• Nicknames - Most nicknames characterize a physical, mental, or moral attribute or an association with an event or habit that was peculiar to a particular person in his or her community. This in itself makes them semantically highly diverse in comparison with other categories of surname. They are also formally exceptionally varied. Straightforwardly literal descriptions rub shoulders with a host of more colorful and sometimes perplexing names derived from metaphors, metonyms, and words and expressions plucked from conversational speech. Literal descriptions are typified in a name such as De Groot ('the great'), for a man of large stature. It is a widespread family name in both Flanders and the Netherlands (where there were over 36,000 bearers of the name in 2007). The reduced forms Groot and Grote (without the article) are the usual spellings in the US but in the Netherlands they are more characteristic of the province of North Holland. Its antonym (De) Kort(e), for someone of short stature, is surprisingly far less common in its homeland but is well attested as Kort and Korte in the US, where a branch of the family Korthals ('short neck') can also be traced. De Roo ('the red') and Rood denoted someone with red hair. (...) Nevertheless, since we do not know the circumstances in which these names were originally given, we cannot always be sure that no irony was intended when the name was apparently complimentary or (even) uncomplimentary [Leendert Brouwer & Peter McClure, 'Dutch family names', in: DAFN (preface of the revised second edition of the Dictionary of American Family Names, edited by Patrick Hanks, to be published by Oxford University Press in 2022 --- https://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/documenten/DAFN%202,%20ESSAY,%20Dutch%20names.pdf)].

afkortingen en bibliografische notaties: