Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Kroes < Kroeze
Croes
Kroos
Kroes, de
Kroeske

verklaring:
1. Bijnaam voor iemand met kroes- of krulhaar.
2. In verband met de betekenis kroes = 'kruik, kan, beker': a. een persoon wonend in een huis met bijvoorbeeld de naam De Zilveren Kroes; b. een persoon die deze drinkbekers of kruiken beroepsmatig vervaardigde.
3. Interferentie kan zijn opgetreden met de naam Kruis; het is onduidelijk of naamsvermeldingen van voor 1700, zoals Crous en Kruse, tot bovenstaande betekenissen of tot die van de naam Kruis (bij het woord 'kruis') behoren. Tevens moet er rekening mee worden gehouden dat Romaanse varianten van de naam Kruis, zoals de Spaanse vorm Cruz en de Italiaanse vorm Cruce, in deze en latere periode bij immigratie op grond van de -oe-uitspraak getranscribeerd kunnen zijn als Kroes i.p.v. Kruis. Zie Kruis en vergelijk Kruizinga.
4. Door een van de referenties onder documentatie kan worden verondersteld dat de naam Kroes ook uit de (Zuid-)Franse naam Carrous/Carroux is ontstaan: beroepsnaam voor een wagenmaker.


kenmerken:
adjectief adresnaam metonymische beroepsnaam beroepsnaam
adaptatie

specifieke componenten:

geen affix

adjectief

Tot deze categorie behoren de familienamen die afgeleid zijn van bijvoeglijke naamwoorden en die een zelfstandig naamwoordfunctie hebben gekregen (gesubstantiveerde adjectieven), zoals De Jong en Zwart. Het betreffen veelal bijnamen op basis van fysieke of mentale kenmerken. De verschillende haarkleuren hebben bijvoorbeeld verschillende familienamen opgeleverd, zoals De Wit voor een witharig of helblond persoon, De Roode of De Rooij voor een roodharige, De Bruin voor een donker- of bruinharige en Swart of De Zwart voor een zwartharige.
De naam De Jong, de meest voorkomende familienaam in Nederland, kan overigens als equivalent van het predikaat 'junior' ten opzichte van 'senior' worden beschouwd. Deze naam liet als bijnaam meestal een vader-zoonverwantschap zien: bijvoorbeeld Jan Jansz (de oude) ten opzichte van Jan Jansz 'de jong(e)'.

• Bij de kaart van (De) Groot / (De) Groote: "In het zuidwesten tekent zich een aaneengesloten gebied met vormen met eind-e af, in het noordoosten daarentegen komen de namen met eind-e voor naast namen zonder sjwa. Eigennamen en soortnamen hebben zich in dit geval ook in grammatisch opzicht van elkaar gedistantieerd: bij de appellatieve constructie 'de grote' is in de standaardtaal de eind-e als grammatische markeerder van het gesubstantiveerde adjectief behouden; bij de familienamen kon de slot-e des te gemakkelijker geapocopeerd worden, omdat hij grammatisch functieloos geworden was (cfr. Leys 1962: 25)." [Ann Marynissen, 'Taalverandering tussen evolutie en normering. De e-apocope als breuklijn tussen het Nederlands en het Duits', in: Nederlandse Taalkunde 14 (2009), nr 3, p 249].

afkortingen en bibliografische notaties: