Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Samson < Samsen
Samsom
Samson, van
Olde Samson
Sanson

verklaring:
Toename van de familienaam Samson is mede te danken aan immigratie uit Suriname, de Nederlandse Antillen en Indonesië.


kenmerken:
adresnaam patroniem
Surinaamse naam

Veel voornamen die aan de basis van patroniemen liggen worden verklaard in de
Nederlandse Voornamenbank

specifieke componenten:

geen affix

Surinaamse naam

Er is veel onderzoek gedaan naar de Surinamers en Antillianen bij de Emancipatie van 1863, en ook naar de vrijgelatenen of gemanumitteerden in voorgaande jaren, en die daarbij een achternaam moesten aannemen, of volgens bepaalde richtlijnen van een achternaam werden voorzien.
Hieronder leest u een samenvatting van een artikel hierover van Pieter Bol in Wi Rutu, het tijdschrift voor Surinaamse genealogie, en u vindt er ook enkele andere relevante referenties en verbindingen met naamlijsten bij het Nationaal Archief.

• Bij de emancipatie in 1863 kregen ruim 34.000 mensen in Suriname een familienaam. Wie heeft deze namen gekozen en waarom? Hadden betrokkenen zelf hierover iets te zeggen, of waren het anderen die dit voor hen deden? En zo ja, wie dan? Verschillende lezingen doen hierover de ronde. Volgens sommigen waren het de voormalige eigenaren die de familienamen verzonnen hebben. Volgens anderen hebben koloniale ambtenaren of ambtelijke commissies de namen gekozen. Volgens weer anderen hebben de geëmancipeerden zelf wel degelijk een eigen stempel op de gekozen familienamen gezet. Dit artikel werpt op basis van in Suriname geraadpleegde archieven meer licht op het formele en feitelijke proces waarmee de familienamen in 1863 tot stand kwamen en levert zo nieuwe bouwstenen voor de beantwoording van bovenstaande vragen.
Slaafgemaakten hadden geen familienaam, die kregen ze pas na manumissie (individuele vrijlating) of bij de emancipatie in 1863. (...) Tot 1828 was het nog relatief eenvoudig om van (familie)naam te veranderen. Bij de invoering van de Burgerlijke Stand in 1828 werden alle op dat moment bij de vrije inwoners van Suriname in gebruik zijnde familienamen (inclusief de na manumissie of naamsverandering aangenomen namen) officieel vastgelegd in de wijkregisters. Zonder toestemming van de Gouverneur konden ze niet meer worden gewijzigd. Formele regels voor de bepaling van de nieuwe familienamen na manumissie werden pas in het Manumissiereglement van 1832 vastgesteld.
Art. 22 De keuze van deze namen wordt aan de bij Art. 1 voor elke Kolonie aangeduide Kollegiën opgedragen, welke daarbij zullen hebben in acht te nemen, dat aan de Gemanumitteerde geen andere voornaam of voornamen gegeven worden, dan die men gewoon is in Nederland te dragen, en dat, zo veel mogelijk, aan dezelven geen familienaam van enig in de respectieve Koloniën woonachtig geslacht of individu, ook niet de familienaam van de vorige Meester wordt gegeven.
Tussen 1 april 1932 en 1 juli 1863 zijn op deze wijze ruim 6300 mensen gemanumitteerd en van een familienaam voorzien. Vermoedelijk was het de Gouvernements Secretaris of één van zijn ondergeschikten die in de praktijk de namen bepaalde en in de manumissiebrief vastlegde. De Secretaris bekleedde in deze periode tevens de functies van Ambtenaar van de Burgerlijke Stand en van Raad Commissaris voor de Inlandsche Bevolking. In deze periode zijn verschillende constructies bij de naamtoekenning na manumissie toegepast. In veel gevallen zijn bestaande plaatsnamen uit Nederland en andere landen gebruikt, willekeurig overgenomen van landkaarten of uit namenlijsten. In de tweede helft van 1834 gebeurde dit zelfs in vrijwel alle gevallen, behalve op 31 december 1834, toen voor alle op die dag toegekende namen menselijke karaktereigenschappen als uitgangspunt zijn genomen, waardoor familienamen als Eerlijk, Knap, Kloek, Nedrig, Oprecht en Werkzaam tot stand kwamen. Variaties op de naam van de voormalige eigenaar kwamen tussen 1932 en 1863 ook veel voor. In deze periode duidt dit overigens niet per se op bloedverwantschap tussen vrijlater en vrijgelatene. En we zien namen die gebaseerd zijn op in Suriname zeker niet gangbare Nederlandse woorden, zoals Boekstaaf, Muntslag, Ridderspoor, Sneeuw, Noordpool en Zuidpool.
Bij de emancipatie in 1863 moesten in één klap meer dan 34.000 mensen een familienaam krijgen. De Wet van 8 augustus 1862, houdende opheffing der slavernij in de kolonie Suriname bevat over de naamgeving echter slechts één, tamelijk summier artikel.
Art. 21. De vrij te maken slaven nemen een geslachtsnaam aan, onder welke zij, zoveel doenlijk familiesgewijze, worden ingeschreven in daartoe bestemde registers.
Op 29 april 1863 benoemt de Gouverneur een negental Districts Commissarissen en een even groot aantal Districts Secretarissen, functies die daarvoor niet bestonden. (...) (Zij) treden op als Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in het district. (...) (Hen) wordt opgedragen al vóór 1 juli de plantages langs te gaan om een aantal taken uit te voeren: 4. de vrij te maken slaven met hun familienaam inschrijven in het register dat de Gouvernements Secretaris aan de commissarissen zal toezenden (dit register is later bekend geworden onder de naam Emancipatieregister). 6. Bij het inschrijven van de familienamen het volgende in acht nemen: De aandacht der commissarissen wordt vooral hierop gevestigd, dat de vrij te maken slaven geen bekende geslachtsnamen mogen aannemen, noch dezulke die bespottelijk zijn of aanstoot kunnen geven. Zodanige namen moeten door de commissarissen worden veranderd in korte, zoveel mogelijk met woorden in de Nederlandse taal overeenkomende namen.
(...) Net als tussen 1832 en 1863 zijn in mei/juni 1863 veel plaatsnamen uit Nederland en andere landen gebruikt. En diverse variaties op of verwijzingen naar bekende familienamen, wat overigens net als tussen 1832 en 1863 niet op bloedverwantschap hoeft te wijzen. Ook veel willekeurige, bestaande Nederlandse woorden, die soms weinig met Suriname te maken hadden, zoals Lijmpot, Oceaan, IJzel, Winter en Zomer. En woorden binnen van tevoren gekozen categorieën als 'karaktereigenschappen', 'beroepen' en 'planten- en dierennamen'. Maar in mei/juni 1863 gingen de ambtenaren nog een stapje verder: Ze gebruikten toen ook veel niet bestaande, speciaal voor de gelegenheid geconstrueerde woorden. Ze bestaan uit korte, op zich wel Nederlandse woordjes, die in combinatie met elkaar echter geen bestaand Nederlands woord opleveren. Bekende Surinaamse familienamen als Blufpand, Doelwijt, Holband, Kogeldans en Zuiverloon zijn het resultaat van deze handelwijze.
(...) Uiteindelijk kan slechts van een beperkt aantal in 1863 geregistreerde namen verondersteld worden dat zij het resultaat zijn van een bewuste keuze door de eerste bezitter ervan. De beste kans daarop bestaat nog bij de namen die iets uitdrukken van de gevoelens rondom de emancipatie zelf, zoals Nooitmeer, Koningferander en Vrede [Bol-2019].
• [Ten Hove & Dragtenstein-1997].
• [https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/zoekhulpen/suriname-vrijgelaten-slaven-manumissies-1832-1863].
• [Surinaamse Emancipatie 1863 (BSS 24):
https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/zoekhulpen/suriname-en-de-nederlandse-antillen-vrijverklaarde-slaven-emancipatie-1863].
• De familienamen die in 1863 werden gegeven aan de ex-slaven na de emancipatie zijn gekoppeld aan de plantagenamen. Deze website wil daarmee een bron zijn voor verder genealogisch onderzoek [https://www.surinameplantages.com/].
• "Over het algemeen betekende de overkomst van de voorouder naar Suriname een drastische breuk met het familieverleden. (...) De Surinaamse indianen voerden traditioneel slechts een individuele naam, de roep- of voornaam. Dat gold eveneens, zolang het slavernijsysteem bestond, voor de Surinaamse slaven. In hun geval ging het veelal om namen van Europese oorsprong. Ook nieuw aangekomen Afrikanen werden in de plantageboekhouding direct geregistreerd onder een naam die hen door de planter of zijn personeel werd toegekend, vrijwel nooit onder hun oorspronkelijke naam. (...) Slechts sporadisch kwam een naam onder de slaven op een plantage meer dan een keer voor en dan werd ter onderscheiding gebruik gemaakt van een etnische aanduiding of van toevoegingen als groot, lang, klein. (...) De Hindostaanse en Javaanse immigranten die in de negentiende en twintigste eeuw naar Suriname kwamen, voerden eveneens louter een roepnaam, geen familienaam. Javanen kennen net als de Westafrikaanse Akan de dagnamen. Deze verwijzen naar de dag van geboorte volgens de zevendaagse week of volgens de Javaanse vijfdaagse marktweek, de pasaran. In 1916 werd voor immigranten die zich na uitdienen van het contract in Suriname hadden gevestigd, alsmede voor hun afstammelingen, de mogelijkheid geopend een familienaam te kiezen. (...) Daarnaast worden aan mensen in verschillende Surinaamse culturele tradities bijnamen toegekend. (...) Surinaamse familienamen zijn ofwel 'geïmporteerd' - dat wil zeggen meegekomen met immigranten, met name die uit Europa van wie velen al een min of meer vaste achternaam voerden - ofwel in Suriname zelf ontstaan. (...) Maar de meest creatieve periode voor het Surinaamse achternamenbestand was de periode 1832-1863. Daarin zijn circa 6400 mensen gemanumitteerd en ruim 34000 geëmancipeerd. Allen ontvingen bij die gelegenheid een familienaam. Daarbij was zelden sprake van keuze door de naamdrager zelf, al werd soms een eigen voorkeur gehonoreerd. Zoals reeds opgemerkt gingen vanaf 1916 ook Hindostanen en Javanen familienamen aannemen. Volgens De Klerk werden de Hindostanen gestimuleerd om hun roepnaam daarvoor te gebruiken. (...) Wat ook voorkwam was dat men een (sub-)kaste titel als geslachtsnaam verkoos (...). Javanen die zich in Suriname hadden gevestigd, namen als familienaam eveneens vaak hun eigen voornaam of die van hun vader aan, maar er werden ook andere keuzes gemaakt. (...) Ook indianen en marrons zijn vaak pas recent (vooral vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw) tot het aannemen van een geslachtsnaam overgegaan. (...) Ten slotte de immigranten uit China. Zij kwamen doorgaans voorzien van familienaam (xing) en persoonlijke naam (ming) naar Suriname. De familienaam gaat in de Chinese traditie aan de persoonlijke naam vooraf. De formele naam van de immigrant werd in Suriname echter niet altijd even volledig geregistreerd. Een verdere eigenaardigheid is dat deze geregistreerde Chinese naam, volledig of niet, veelal als familienaam voor het nageslacht is gaan fungeren. Het is dan dus eigenlijk een gefixeerd patroniem. Het gevolg is dat veel Surinaams-Chinese familienamen bestaan uit de xing plus de ming [Bol & Vrij-2009, p 54-64 = Pieter Bol & Jean Jacques Vrij: Sranan famiri. Surinaamse familie. Voorouders van verre, deel 5: Suriname. Den Haag, Centraal Bureau voor Genealogie, 2009].
• "Tot het begin van de negentiende eeuw hadden slaven en gemanumitteerden geen (westerse) familienaam. Degenen bij wie dat wel het geval was, droegen achternamen die uit twee of meer woorden bestonden, namelijk het woord 'van' gevolgd door de achternaam van de vroegere eigenaar van de gemanumitteerde slaaf. Een goed voorbeeld betreft de slavin Clasina die in 1825 van haar eigenaar, Bienvenue van Onna de vrijheid kreeg, en sinds toen de naam Clasina van Bienvenue van Van Onna voerde. Hierin kwam in 1828 verandering, met het besluit van de overheid inhoudend dat iedere vrije een familienaam moest dragen. Dat gold ook voor de ca. 35000 slaven die in 1863 de vrijheid kregen. In dat jaar, nog voor de afschaffing van de slavernij, kregen zij een familienaam toegekend door de District Commissaris en zijn Secretaris tijdens hun bezoek aan de plantages. De bedoeling was om verwante personen een zelfde familienaam toe te kennen, ook al woonden zij niet op een zelfde plantage. Als algemene richtlijn gold verder dat een zelfde familienaam ook moest worden toegekend aan slaven die in 1863 werden gemanumitteerd en tevens aan hun verwanten die reeds voor dat jaar de vrijheid hadden gekregen of verworven. In deze opzet is de overheid slechts ten dele geslaagd" [Lamur-2004, p xxvi].
• [Okke ten Hove, 'Creools-Surinaamse familienamen. De samenstelling van de Creools-Surinaamse bevolking in de negentiende eeuw', in: OSO 15 (1996):
https://www.dbnl.org/tekst/_oso001199601_01/_oso001199601_01_0018.php].
• [H. Speyer, De herkomst van familienamen in Suriname 1667-1863, Voorburg z.j.].
• [Chan Choenni, Hindostaanse Surinamers in Nederland, 1973-2013, Arnhem 2014].
• [Suriname, Contractarbeiders uit India (Hindostanen): https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/index/nt00345?searchTerm=].
• [William Man A Hing, 'Gecreoliseerde Chinese namen uit Suriname', in: Wi Rutu 14 (2014), nr 1 ---
https://werkgroepcaraibischeletteren.nl/gecreoliseerde-chinese-namen-uit-suriname-i/]
• [William L. Man A Hing, 'Erfelijke overdracht van Surinaams-Chinese namen', in: Wi Rutu 20 (2020), nr 2, p 39-49].

afkortingen en bibliografische notaties: