Database of Surnames in The Netherlands

Name 
Nipperus
< Nepperus (é) < Neperus

kenmerken:
Latijn & Grieks

specifieke componenten:

us

Latijn & Grieks

Bij familienamen met een Latijnse of Griekse vorm kan men vaak een voorouder vinden die zijn naam latiniseerde of vergriekste omdat hij een opleiding aan een Latijnse school, seminarie of universiteit heeft gevolgd. Voorbeelden: Cuperus < Kuiper/kuiper, Faber < Smit/smid, Simonis < Simonsz, Tilanus < van Tiel. Dit type namen wordt ook wel met de term humanistische familienamen aangeduid.

• Evenals met zoveel andere geslachtsnamen het geval is, zo zijn er ook enige geslachtsnamen aan waardigheden, ambten, bedrijven en handwerken ontleend, in het Latijn omgezet geworden. Zo is bijvoorbeeld de geslachtsnaam Bakker tot Pistorius geworden, Kuiper tot Viëtor enz. In de tijd toen het verlatijnsen van geslachtsnamen in gebruik was, gebeurde het ook wel dat men die namen niet in zuiver Latijn vertaalde, maar dat men slechts een Latijnse uitgang, -us of -ius, achter de Nederlandse naam voegde. Zeker dwaas genoeg! Enige van die namen, aldus van een Latijnse staart voorzien, zijn tot op heden als geslachtsnamen in wezen gebleven. Vergelijk Bakkerus, Brouwerius, Costerus, Cramerus, Cuperus, Scrinerius, Vorstius, Schenkius, Stamperius, Schipperus ... [Winkler-1877, p 332-333].
• "De meeste humanistennamen vinden wij tegenwoordig in Friesland en het is juist in die provincie waar enerzijds stedelijke milieus ruimschoots aanwezig waren en anderzijds de aanneming van familienamen laat op gang is gekomen. Ook hier (evenals in de Scandinavische landen) kunnen we dus zeggen dat het gebrek aan echte concurrentie de overgang van toenaam tot familienaam bij de humanistennamen bevorderd moet hebben. Toen zij eenmaal erfelijk waren geworden moeten die namen, die in de zestiende en zeventiende eeuw in eerste instantie door predikanten en juristen werden gedragen, zich vrij snel over bredere lagen van de Friese maatschappij hebben verspreid. (...) Het lijkt dan mogelijk de humanistennamen min of meer in vier nogal ongelijke groepen in te delen. De eerste groep is de grootste en wordt gevormd door namen waarbij men een klassiek suffix heeft toegevoegd aan een persoonsnaam in de volkstaal. In een tweede groep kunnen we de namen onderbrengen die zijn ontstaan doordat men herkomst- en adresnamen heeft omgevormd tot inwoneraanduidingen met behulp van een Latijns of een Grieks suffix. Een derde, veel kleinere groep bestaat uit vertalingen van volkstalige appellatieven of van namen of naamdelen die homoniemen hadden in de volkstaal. Tenslotte is er nog een kleine vierde groep, die vrij moeilijk is te omschrijven en die ik onder het begrip 'veranderingen door woord- of naamassociaties' heb trachten te vangen. In alle vier groepen kunnen we dikwijls stilistische of prosodische aanpassingen zien optreden en aan de namen in de laatste twee groepen zijn daarnaast vaak suffixen toegevoegd. In de meeste gevallen gaat het daarbij om Latijnse suffixen en slechts zelden om Griekse. (...) De bloeitijd van de humanistennamen lag onmiskenbaar in de zestiende en zeventiende eeuw. Daarna is hun productiviteit achteruitgegaan en vele namen zijn sindsdien dan ook verdwenen, zonder dat zij door nieuwe zijn opgevolgd" [Rob Rentenaar, 'Van humanistennaam tot humanistische familienaam. Ontstaan en ontwikkeling van een bijzonder type familienaam', in: Naamkunde 35 (2003-04), p 83-115].
• [R. Rentenaar, '"Lærde" slægtsnavne i Nordvesteuropa. Nogle typologiske forskelle', in: Slektsnamn i Norden. Rapport frå Nordas tjueførste symposium i Oslo 17.-20. september 1992, Uppsala, (Norna-Förlaget) 1995, p 203-212; summary: 'Humanist' family names in North-West Europe. Some typological differences].
• [R. Rentenaar, 'Wat heet...? '"Geleerde" familienamen', in: Onze Taal 54 (1985), nr 7-8, p 88-89 = R. Rentenaar, Groeten van elders, Naarden 1990, p 15-19].
• [Het dubbele namenboek-2007].

afkortingen en bibliografische notaties: