Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Velde, van de / den / der < Velden, van de / den / der
Veldman
Veld, in 't
Veldt, van der
Velde, te

verklaring:
De familienamen Van de Velde, Van den Velde en Van der Velde - en ook de aaneen geschreven Vlaamse naamvormen met Vandevelde als meest voorkomende, duiden op een woonplek die bekend stond als (De) Veld(e). De slot -e, of -en in Van der Velden, is het gevolg van de naamvalsverbuiging na 'van de(n/r)'. Bij een Noordbrabantse familie Van de Velde wordt als denotatum van de familienaam het goed Te Velde bij Sint-Oedenrode verondersteld. De achternaam verscheen in dit verband in de Middeleeuwen in Latijnse vorm in de bronnen: de Campo (van het Latijnse woord 'campus'). Zo zouden de naamvormen Van de Velde en à Campo in de provincie Luik gerelateerd zijn aan Te Velde bij Aubel. De familienaam treedt door de tijd heen door het hele Nederlandse taalgebied op, nauw verbonden aan en verwisselbaar met vele varianten zoals Van der Velden, Veldman, Veltman, In 't Veld, Veld, Veldt, Van der Veldt en Te Velde en in de omliggende taalgebieden Feldmann en Feld in Duitsland en Deschamps in Frankrijk, om ons tot de meest voorkomende te beperken. De Latijnse vorm resteert nog in de familienamen A Campo en Acampo en inmiddels zijn we ook vertrouwd geraakt met de Spaanse naamvormen Campos en Ocampo.
De betekenis van 'veld' kunnen we in de verschillende tijdsgerelateerde woordenboeken opzoeken die het Instituut van de Nederlandse Taal online beschikbaar stelt - we kennen het zelfstandig naamwoord ook zo wel als benaming voor een 'open terrein'. Het is een wijdverbreid begrip met een even wijde betekenisruimte: vlakte, land, ommeland, bouwland, weiland... Om de naam precies te duiden moeten we dus vaag blijven. De gerenommeerde taalkundige Magda Devos merkte bij deze naam bovendien op, dat we "vaak geen zekerheid (hebben) over de aard en het uitzicht van het terrein op het ogenblik dat de naam ervan aanleiding gaf tot bijnamen en familienamen. De stamvader van een familie Van de Velde kan dus zowel in een woeste omgeving hebben gewoond, als bij een uit 'veld' ontgonnen cultuurcomplex, dat toponymisch als veld werd aangeduid". Maar er kan dus wel met zekerheid worden vastgesteld dat de familienaam op een toponiem Veld(e) teruggaat, zijnde de naam van een huis, boerderij of gehucht bij zo'n veld. Het is goed mogelijk dat het toponiem 'officieel' een samengestelde naam is, zoals Groeneveld, Rietveld, Zonneveld, Langevelde, Overvelde - om er een paar te noemen die we ook als familienaam kennen -, en dat deze toponiemen in de naaste omgeving eenvoudigweg als 'die velt' of het Veld bekend stonden. Uit diverse genealogieën zien we de familienaam ontstaan; het motief of een lokalisering van het betreffende toponiem is vooralsnog echter zelden bekend.
Een andere terreinbenaming die zelfs etymologisch uit het Latijnse woord campus voortkomt, en waarop eveneens een aantal familienamen gebaseerd is, is het zelfstandig naamwoord 'kamp'. In toponymische betekenis en dus ook in relatie tot de familienaam Van de(r) Kamp, betreft kamp echter juist een door een hek, haag of wal afgesloten perceel land.
Van de/den/der Velde en Van der Velden kunnen we scharen bij een reeks (veel voorkomende) familienamen die middels het voorzetsel 'van' en het lidwoord 'de' aan toponiemen ontleend zijn, die uit een soortnaam voortkomen voor een terreinaanduiding. Een kleine opsomming van de meest voorkomende: Van den Berg, Van den Heuvel, Van den Broek, Van der Veen, Van der Heijden, Van den Bosch, Van der Horst, Van den Akker, Van de Pol, Van de Laar, Van der Woude, Van den Boogaard, Van der Weide, Van de Kamp en Van de Sande.

Citeren:
Leendert Brouwer, 'Van de/den/der Velde', in: Nederlandse Familienamenbank = CBG Familienamen, Amsterdam, Meertens Instituut / Den Haag, CBG Centrum voor familiegeschiedenis, 2000...


kenmerken:
adresnaam

specifieke componenten:

van de / den / der

van de / den / der

Veel toponymische familienamen worden ingeleid met een voorzetsel, meestal 'van', en het bepaald lidwoord 'de' of 'het'. Zij duiden aan dat de voorouder die deze naam kreeg 'van de XYZ' kwam en dat zij daar wellicht woonachtig waren.
Grammaticaal werd het lidwoord veelal in de datief of derde naamval verbogen volgens het geslacht van het zelfstandig naamwoord waar het toponiem op gebaseerd was. Zo is het zelfstandig naamwoord berg een mannelijk woord met het gevolg dat de aan het toponiem De Berg ontleende familienaam Van den Berg is. Een kleine minderheid van de naamdragers heeft de vorm Van der Berg. Mogelijk heeft men bij de naamgeving het woord berg in het plaatselijk spraakgebruik toch als vrouwelijk beschouwd (vrouwelijke dativering van 'de' resulteert in 'der'), of deze afwijkende naamvorm is mettertijd ontstaan toen naamsvalsverbuigingen in het spraakgebruik niet meer aan de orde waren en men zich daarin vergiste. Eveneens een minderheid is met de naamvorm Van de Berg geregistreerd; flectie (verbuiging) was daarbij niet meer van betekenis, deze naamvorm luidde de moderne tijd zonder naamvallen in.

• "In den regel stemt, by de geslachtsnamen die met een voorzetsel en een lidwoord samengesteld zijn, het geslacht van het lidwoord, door een voorzetsel beheerscht, overeen met het geslacht van het woord dat er op volgt. Van den Berg b.v. en Ten Berge, omdat het woord berg mannelik is. En Van der Werf en Van der Wal en Ter Stege, omdat de woorden werf, wal en steeg van het vrouelike geslacht zijn. Maar altijd is dit niet het geval. Ook al omdat het geslacht hetwelk de woorden in de volksspreektaal hebben, niet steeds overeenstemt met het geslacht dat in de geijkte boeketaal aan die zelfde woorden toegekend wordt. Zoo heeft het woord wal in de volksspraak het vrouelike geslacht, ofschoon het volgens de hedendaagsche woordenboeken der nederlandsche taal mannelik is. Van daar de form van den geslachtsnaam Van der Wal, en niet Van den Wal, zooals het volgens de taalregels moest. En naar myne meening heeft de volksmond hier al weer gelijk, en niet de schoolmeester. Immers het woord wal komt in sommigen onzer gouspraken als walle voor. De geslachtsnamen De Walle en Van der Walle stemmen hier ook mede overeen. [...] De zelfde naam wordt ook wel, door de eene maagschap in den vroueliken, door de andere in den manneliken form gevoerd. Zoo is het woord burcht, ook borcht, burg, borg, mannelik, volgens de regels onzer taal; en de geslachtsnamen Van den Burg en Van den Borg stemmen daar mede overeen. Ja, maar de geslachtsnamen Van de Burg, Van der Burgh, Van der Borgh, Verborg, Ter Burg en Ter Hazeborg zijn met dien regel in strijd" [Winkler-1885, p 267].
• "Een laatste opmerkelijk verschil tussen de Vlaamse en de Nederlandse familienamen treedt op bij woonplaatsnamen die met Van den/der/de + substantief in de datief gevormd zijn. In het Nederlands is de meest gebruikelijke manier om van een plaatsnaam een familienaam te vormen, voorvoeging van de prepositie 'van' + geflecteerd lidwoord. Het Duits heeft in de regel juxtaponerende vormen zoals Berg, Busch. Soms is de datiefuitgang nog behouden (familienamen Berge, Busche), maar de voorafgaande prepositie is hierbij doorgaans verdwenen. (...) De flexie-uitgang -e is bij deze namen in Nederland zo goed als verdwenen, in westelijk Vlaanderen daarentegen is de datiefuitgang behouden. De vormen Vandenbossche reiken er zelfs verder naar het oosten dan de dialectale apocopegrens: dit bevestigt onze eerdere vaststelling bij de soortnamen dat de sjwa als casusuitgang langer behouden bleef dan als deel van de grondvorm. De familienamen geven hier een oudere taalfase weer dan de dialectale soortnamen." [Ann Marynissen, 'Taalverandering tussen evolutie en normering. De e-apocope als breuklijn tussen het Nederlands en het Duits', in: Nederlandse Taalkunde 14 (2009), nr 3, p 250].

afkortingen en bibliografische notaties: