Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Thijssen (y)
< Mathijssen (y) < Matthijssen (y)
Mathijsen
Mathissen

kenmerken:
patroniem

Veel voornamen die aan de basis van patroniemen liggen worden verklaard in de
Nederlandse Voornamenbank

specifieke componenten:

sen

sen

Het achtervoegsel -sen komt voort uit de achterplaatsing van het woord zoon, eertijds o.a. als soon en sone geschreven, bij voornamen om een patroniem te vormen: Willem Gerritszoon (Gerritsone) werd Willem Gerritsen.

• [H. Buitenhuis, 'Patroniemen op -sen in Nederland', in: Naamkunde 11 (1979), p 118-130].
• "De in de woordgroep 'Hiltibrantes sunu Hadubrant' onmisbare bouwsteen 'sunu' heeft historisch gezien in allerlei Germaanse talen een groot aandeel gehad in de totstandkoming van familienamen, niet het minst in het Nederlands. Zo kost het ook nauwelijks moeitein allerlei bronnen het voorkomen van Middelnederlands sone, zuene en Oudfries sunu, sune, sun, son in bijnamen aan te tonen. Hier enkele voorbeelden uit de dertiende tot en met de vijftiende eeuw: Janne Rembrechtssone, Abelkyn Poppensone, Wouter ver Truden sone, Jan Gillysz., Tielman Godtschalcxz., Jacob Jacob Boydensznsz, Ghert Ketelssoen, Johan Henricsoen Bilrebeke, Henric Trudensoen (...). De voorbeelden zijn een keuze uit een groot aantal realisatiemogelijkheden van dit type toegevoegde naam. Het ontstaan uit een woordgroep maakt het voorbeeld Wouter ver Truden sone bijzonder duidelijk, dat is: Wouter, de zoon van vrouwe Truda. (...) In de overige voorbeelden vormt het element 'zoon' reeds met de voornaam van vader of moeder een vaste eenheid - de tweede stap op weg naar zijn rol als familienaamvormend element - waarbij de desbetreffende voornamen nog duidelijk de tweede naamval tonen: de zogenaamde sterke op -s in onder andere Rembrechtssone (bij Rembrecht), de zwakke op -en/-n in onder andere Poppensone (bij Poppe/o) (...).
Het zijn echter niet alleen meer voornamen waarmee -zoon in verbinding treedt, want in Boydensznsz. (lees: Boydenszoonszoon), Ketelssoen en Rolovingssoen gebeurt dat eenduidig met bijnamen. Een verbreding van de naamvormende taak van -zoon dus. Interessant is tenslotte ook het voorbeeld Johan Henricsoen Bilrebeke als vertegenwoordiger van het voor de geschiedenis van ons namensysteem niet onbelangrijke drienamenstelsel 'voornaam + patroniem + achternaam'. (...) Gewezen zij bovendien op de verkorte vormen Gillysz. en Godtschalcxz., waarin niet alleen een efficiënte (ambtelijke) schrijfstijl tot uiting komt, maar zich evenzeer het feit aankondigt dat vele met 'zoon' gevormde toegevoegde namen dat element na verloop van tijd zullen gaan verliezen of slechts gereduceerd behouden. Waar dat niet het geval is, verkeert heden een nog onaangetast oorspronkelijk -zoon duidelijk in de minderheid. er zijn maar enkele Nederlandse familienamen van het type Egbertszoon, Jacobszoon. (...) Groter in aantal is het type familienaam waarin de oorspronkelijke lange o is verkort en namen op -son, -zon zijn ontstaan. Enkele voorbeelden: Elderson, Gosenson, Hanzon, Jansson, Neeleson, Pieterson, Wesselson. De gelijkenis met onder andere Scandinavische en joodse familienamen zoals Petterson en Davidson is groot. Het meest frequent echter is in Nederland het type waarbij oorspronkelijk Middelnederlands -sone en varianten langzamerhand tot -sen is verdoft. Berendsen, Derksen, Gerritsen, Harmsen, Hendriksen en Willemsen zijn enkele vooraanstaande representanten hiervan. De spellingsvariant -zen - Freerkszen, Harmszen enzovoort - vormt een minderheid binnen dit type. De taalhistorische ontwikkeling uit voornaam + zoon blijft in de meeste moderne -sen-namen goed herkenbaar (...). In elk geval is het moeillijk moderne Nederlandse familienamen op -sen aan te wijzen waaraan een andere categorie woorden, bijvoorbeeld een aardrijkskundig begrip of een beroepsaanduiding, ten grondslag ligt" [Ebeling-1993, p 93].

afkortingen en bibliografische notaties: