Nederlandse Familienamenbank |
| Doedens | < |
Doedijns Doedes Doets Doensen Doddema |
verklaring:
Doedens is een patroniem ontleend aan de voornaam Doede, een roepnaamvariant van de Germaanse persoonsnaam Dodo of Dudo, die mogelijk in de kindermond gevormd is uit een tweestammige persoonsnaam. Diverse namen kunnen zich als oorspronkelijke naamvorm aandienen, zoals Ludolf en andere namen die als voornaam in gebruik zijn geraakt. Bij Ludolf kan men zich als tussenfase de naam Ludo voorstellen, waarna, zoals peuters doen, alleen het tweede lid -do opgepakt wordt en ritmisch gedupliceerd met een echo van de klinker uit het eerste lid. Dit is een goed voorbeeld van hoe een naam haast onherkenbaar uit een oorspronkelijke naamvorm voortkomt. In die zin kan ook aan een vergelijkbare naam als Rudolf (hrôth, rud = 'roem' + wolf) als oorspronkelijke persoonsnaam gedacht worden.
Bij Doedens kan men vervolgens ook denken aan van oorsprong Germaanse persoonsnamen met het in diverse namen gebruikte bestanddeel deut-, doet- of diet- dat teruggaat theud-/thiod- = 'volk'.
In deze poging tot naamsverklaring analyseren we Doedens tot dusverre als Doede + -ens, maar Doedens zou ook voort kunnen komen uit Doedijns. Aan de verklaring wordt daarmee de Romaanse uitgang -in toegevoegd; vergelijk de Franse naam Dodin. De variant Doense(n) is een samentrekking van Doedijnszoon, een patroniem bij de voornaam Doedijn, vleivorm van een bovenvermelde Dodo-/Doede-naam. Omstreeks 1285 werd reeds ene Janne Dodijns sone in de Stadsrekeningen van Dordrecht vermeld.
Vergelijk ook de persoonsnaam Dodo/Doede in de familienamen Van Dodewaard bij de plaatsnaam Dodewaard en Van Deutekom bij de stad Doetinchem. En de Limburgse plaatsnaam Doenrade, in 1170 Dudenrode, met de persoonsnaam Doeden/Doedin.
Citeren:
Leendert Brouwer, 'Doedens', in: Nederlandse Familienamenbank = CBG Familienamen, Amsterdam, Meertens Instituut / Den Haag, CBG Centrum voor familiegeschiedenis, 2000-...
kenmerken:
| patroniem |
Veel voornamen die aan de basis van patroniemen liggen worden verklaard in de
Nederlandse Voornamenbank
specifieke componenten:
| en | s |
en
• "Een derde manier waarmee in het Nederlandse taalgebied van soortnamen familienamen zijn gevormd, is genitivering, d.w.z. aan het grondwoord is een genitiefuitgang toegevoegd en/of een genitiefmorfeem als aanloop voorgevoegd. (...) De familienamen geven morfologisch een ouder taalstadium weer: terwijl in het huidige Nederlands de substantiefflexie sterk genivelleerd is, is in de familienamen de Middelnederlandse buiging nog zichtbaar. Substantieven die tot de sterke flexie behoorden, kregen als genitiefuitgang -s (...). Daarnaast kende het Middelnederlands ook een zwak buigingsparadigma, met het morfeem -en als genitiefuitgang (...). Bovendien is in een aantal gevallen supplementair een genitief-s voorgevoegd, het relict van het lidwoord, dat bij de genitivering van lidwoordnamen eveneens werd geflecteerd (...). Het genitiefgebied wordt bij alle categorie?n familienamen gelokaliseerd in het zuidoosten van het taalgebied: het omvat de oostelijke helft van Vlaanderen (de Belgische provincies Brabant, Antwerpen en Limburg) en het zuidoosten van Nederland (Limburg, Noord-Brabant), met uitlopers naar de Acherhoek toe. Binnen dat grote zuidoostelijke genitiefgebied moet er bovendien intern gedifferentieerd worden naar de uitgangen: er tekent zich een tegenstelling af tussen een sterk flecterend en een zwak flecterend gebied." Het gebied van de zwak flecterende familienamen blijft beperkt tot het oosten van het genitiefgebied. Namen die in Belgisch en Nederlands Limburg met -en zijn verbogen, sluiten zich buiten deze provincies aan bij de sterke buiging met -s. "Op de grens tussen het sterk flecterende en het zwak flecterende gebied, die samenvalt met de scheiding tussen het Brabants en het Limburgs, is bovendien het subtype met voorgevoegde -s ?n genitiefuitgang (-s of -en) overgeleverd." Oost-Brabant en het westen van Belgisch Limburg is als het kerngebied van dit type familienamen te beschouwen [Marynissen-1999, p 28].
• "(Belgisch) Limburg maakt deel uit van een groot genitiefgebied, waarin de familienamen in de regel gegenitiveerd zijn. (...) Naast Limburg behoren ook Brabant en Antwerpen tot dat grote genitiefgebied, maar Limburg onderscheidt zich van zijn omgeving door de keuze van de genitiefuitgang. Bij persoonsnamen die teruggaan op een etymon dat tot de zwakke flexie behoorde, wordt in Limburg de zwakke genitiefuitgang gebruikt. De uitgang -en is in Limburg bijzonder produktief geweest. Taalkundig opmerkelijk is dat die uitgang -en in Limburg in verschillende groepen familienamen voorkomt. (...) Het feit dat de genitiefuitgang -en in al deze groepen voorkomt, toont aan dat dit morfeem een structuurelement van de Limburgse familienamen is." Maar de morfologische variatie van herkomstnamen heeft de auteur nog niet onderzocht. Hier blijkt dat ze vrijwel uitsluitend met het voorzetsel van voorkomen, hoewel ze in het verleden wel als genitief zijn overgeleverd. "Bij de toponymische namen, die naar een niet exact lokaliseerbaar microtoponiem verwijzen, komen de genitiefvormen en de voorzetselvormen vaker naast elkaar voor." [A. Marynissen, 'Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen', in: Naamkunde 29 (1997), p 207].
• De mannelijke namen die op een consonant uitgaan, hebben de uitgangen der sterke flexie: gen. -s, d. -e, acc. niets, of soms -e: Jans, Hughemans, Pieters; Janne, Hughemanne, Lonijse (bij Lonijs, d.i. Appollonius), Pietre. (Opm. Hier en daar bestaat een gen., dat., acc., op -en: Robbrechten: Woutre heeft een g. Wouters, d.a. Woutren.) Die op een -e eindigen, hebben: gen. -en (soms -ens), dat. -en, acc. -e (soms -en): Folke, Folken; Hughe, Hughen(s). De vrouwelijke namen hebben gen. -en, dat. -en, acc. -e(n): Aleit; Aleiten; Marien, Lisebetten, Heylsoeten, enz. [A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. I. Vormleer, Groningen 1976, 8e verbeterde druk, p 26: Flexie der persoonsnamen. ?20. Zie verder Hoofdstuk II: Het substantief (p 8-26)].
afkortingen en bibliografische notaties:
