Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Mutsaers < Mutsaerts
Mutsaars
Mutsers
Takkebos

kenmerken:
metonymische beroepsnaam adresnaam
oude spelling

specifieke componenten:

s ae

ae

In feite gaat het hier om een drietal verschillende kenmerken: een kenmerk betreffende de spelling (binnen een naam) en een kenmerk betreffende de naamsuitgang.
In Zuid-Nederlandse en Vlaamse namen zien we -ae- geschreven waar men in de moderne spelling van noordelijk Nederland -a(a)- schrijft.
In namen van Duitse origine is -ae- een schrijfwijze voor ä; evenals bij Engelse namen met -ae- spreekt men deze met een lange 'ee' uit. Dan zijn er uiteraard ook nog namen als Michaëlis en Israël, waarin het trema de scheiding van twee klanken (-a- + -e-) markeert.
De uitgang -ae komt in enkele namen voor die daardoor een (geleerde) Griekse vorm hebben gekregen, zoals bijvoorbeeld Andreae en Aeneae. Zo ook in namen die eindigen op -aeus, zoals Cunaeus en Hydoraeus.

• "Bij de vocalen is de Belgisch-Nederlandse geografische tegenstelling in de spelling nog meer uitgesproken: de lange klinker -a- in FN als Claes, Adriaens, Dehaene wordt in Belgische FN in de regel weergegeven met -ae-, in Nederlandse FN daarentegen met -aa- (kaart 2: 'klaas': spelling -aa-/-ae-). De diftong -ui- in FN met kuiper verschijnt in België haast uitsluitend als -uy-, in Nederland als -ui- en bovendien als -uij- in het westen en zuidoosten van Nederland." [Marynissen-1995, p 145].
• Naar aanleiding van de plaatsnamen Peasens en Eagum, die dikwijls als Paesens en Aegum worden geschreven, wat verkeerd is: Ae is in het Fries, in het Oud-Hollands en het Vlaams niets anders dan een lange a, hetzelfde als tegenwoordig aa in gesloten lettergrepen. De Friese tweeklank ea moet echter uitgesproken als in 'beer' met een naslag van a, komt zo min in de nederduitse als in de hoogduitse tongvallen voor en evenmin in hoogduitse en nederlandse schrijftalen. Daarom wordt het klankteken dan ook door niet-Friezen verwisseld met ae. Niet zo gek, omdat dit a ook wel voorkwam als æ, een poging om beide tot een teken te verenigen, dus Pæsens, dat vervolgens als Paesens werd begrepen. Winkler komt nog met het strandhollands aanzetten met een blatende a, als in fra. père, zo ook door geaffecteerde dames uitgesproken. Als men deze klank wil afbeelden doet men dat gewoonlijk met het teken ae. Zo was hij er getuige van dat iemand bij het voorlezen van de Vlaming Conscience al die Vlaamse ae-woorden geaffecteerd uitsprak. En die ook foutief meur en gebeur zei, waar muer en gebuer stond. In het zuiden (onder de Moerdijk) is men daarentegen geneigd om de aa zo zwaar uit te spreken dat ze naar een oo-klank neigt: oa [Winkler-1877, p 153].
• "De bekendste namen op -ae, een van oorsprong Grieks genitiefsuffix, zijn Aeneae en Andreae. Het Graeco-Latijnse suffix -aeus treffen we onder meer aan in de naam van de predikant Cyricus Mellaeus < Syrck Melles ..." [Rentenaar-2003, p 101].

afkortingen en bibliografische notaties: