Database of Surnames in The Netherlands

Name 
Cokart < Kuckartz
Koker
Cok

verklaring:
Het middeleeuwse Nederlands kent het woord cockaert, een benaming voor een sufferd, ontleend aan het Franse woord cocart, dat gebaseerd is op het woord coc = coq 'haan', en dat een opschepper of een onnozele hals aanduidt. We sluiten niet uit dat de familienaam Cokart oorspronkelijk als bijnaam naar deze grappige, maar toch enigszins pejoratieve betekenissen verwijst. De naam kwam in ieder geval al vroeg in Frans en Vlaams gebied voor.

Citeren:
Leendert Brouwer, 'Cokart', in: Nederlandse Familienamenbank = CBG Familienamen, Amsterdam, Meertens Instituut / Den Haag, CBG Centrum voor familiegeschiedenis, 2000...


kenmerken:
persoonstype
andere taal

specifieke componenten:

aard geen affix

aard

Het is niet altijd eenvoudig om te bepalen tot welke categorie een naam behoort die op -aard (-ard, -aart) eindigt. Het kunnen patroniemen zijn die teruggaan op van oorsprong Germaanse persoonsnamen met het bestanddeel -hard = 'sterk, hard'. Maar dit woordje werd vervolgens, en ook in de Romaanse talen waarin Germaanse namen werden overgenomen, als achtervoegsel gebruikt bij woordvorming. Om bijvoorbeed zelfstandig naamwoorden te maken van adjectieven (bijvoegelijke naamwoorden), zoals grijsaard bij grijs. Het achtervoegsel is in het Frans -ard geworden, in het Nederlands -aard of -erd, eertijds ook -aert, -aart en -ert geschreven. Familienamen die aan deze woorden ontleend zijn, zijn bijnamen, beroepsnamen en herkomstnamen. Een aantal van deze namen zijn vanuit het Frans, via het Vlaams, in Nederland terechtgekomen.
Een andere moeilijkheid bij het analyseren van deze namen is dat ze gemakkelijk verwisseld kunnen zijn met namen op -er en -aar.

Volgens de huidige inzichten bestaat het volgende rijtje van de meest voorkomende -aard-namen in Nederland louter uit patroniemen:
Gerards (Geraedts, Geraerts);
Bernard (Bernards, Bernaards);
Lievaart (Liefaard, Lievers);
Minnaard (Minnaar, Minnaert, Minartz; vgl. Mijnhart);
Wielaard (Willard, Wielart);
Lenaerts (Leenaars, Lenaers, Leenards);
Maljaars (Maljers, Maillard; en hierbij ook Meijaard?);
Bevaart?;
Collard (Kollaard, Collart);
Richard (Richards, Richaards, Reichardt);
Everaers (Everaars, Everaarts, Everhardus);
Rijkaart (Rijckaert, Rijkaard; vgl. Richard).

De -aard-namen die (mogelijk ook) een andere oorsprong hebben zijn in frequentievolgorde:
Mutsaers (Mutsaars, Mutsaerts);
Spanjaard (Spanjaards, Spanjaart, Spanjaardt);
Bosschaart (Bosschaert, Bosschert; vgl. Bosscher);
Blommaert (Blommaart; vgl. Blommers);
Brussaard (Bruisschaart; vgl. Broeshart);
Galjaard (Gaillard, Galjaart);
Steijaert;
Schregardus?;
Crielaard;
Dullaart (Dullaard, Dullaert);
Boelaars (Boellaard, Bollaart, Boulart);
Doolaard (Doolaar);
Hakkaart (vgl. Hakkert).

• "-hard. Dit tot suffix geworden naamelement werd in het Romaans overgenomen, waar het gebruikt werd ter vorming van mannelijke persoonsnamen, veelal met ongunstige betekenis: fra. -ard (couard), it. -ardo (codardo). Het Franse -ard werd op zijn beurt weer in het mnl. overgenomen, vooral in het Zuiden. Eerst in leenwoorden, later analogisch ook in andere woorden. Voorbeelden: beggaert, dullaert, goliaert, grisaert, gronjaert, leckaert, musaert, slabbaert, viliaert; in namen, inz. toenamen: Beiaerd, Bollard, Dullaert, Clauwaert, Clinkaert enz. (...)
Blankaert. Naar de vorm kan dit een Germaanse persoonsnaam zijn. Lindemans beschouwt hem echter als een afleiding van fra. blanc, dus: "de witte". Deze opvatting wordt wel gesteund door het feit dat het oorspronkelijke Germaanse suffix -hard, door het Frans zijn sterke verbreiding heeft gekregen en doordat deze naam uitsluitend in het Zuiden van het onderzochte Hollandse gebied voorkomt. Aan de andere kant vraagt men zich af, of er in 1083, wanneer de naam reeds te Vlaardingen wordt aagetroffen, aldaar reeds sprake is van Franse invoed, en of we hier niet met de zuiver Germaanse naam Blank-hard te maken hebben" [Schaar, van der-1953, p 31, 136].

afkortingen en bibliografische notaties: