Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Schoenmaker
Schoon
< Schoen < Schön
Schoe
Schoens

verklaring:
1. Bijnaam voor een schoenmaker. Het Nederlandse woord schoen is in feite een meervoudsvorm: schoe + -en; vergelijk de naamsvormen Schoe in Zeeland en Schoo in Noord- en Zuid-Holland, en vergelijk het Duitse woord Schuh en het Engelse woord Shoe.
2. Bewoning van het huis De Schoen of bijvoorbeeld De Vergulde Schoen (vergelijk onderstaande referentie). Mogelijk is het pand zo genoemd door een schoenmaker die hier zijn nering dreef en bleef de huisnaam behouden toen er geen schoenmakerij meer in gevestigd was.
3. Adaptatie van de Duitse naam Schön, dat wil zeggen 'de Schone, de Mooie'; vergelijk de Nederlandse familienamen Schoon en Mooij. De Duitse ö (o-umlaut: eu) werd in het Nederlands vaak als -oe- weergegeven; vergelijk Schoenberger < Schönberger.

Citeren:
Leendert Brouwer, 'Schoen', in: Nederlandse Familienamenbank = CBG Familienamen, Amsterdam, Meertens Instituut / Den Haag, CBG Centrum voor familiegeschiedenis, 2000...


kenmerken:
metonymische beroepsnaam adresnaam adjectief
adaptatie

specifieke componenten:

geen affix

geen affix of Ø

Betreft een familienaam in de nominatief, dwz. een naam zonder flexie-elementen, of een naam zonder toevoeging van voorzetsel en lidwoord.

• "Voor de Zaanstreek en in 't algemeen voor Noord-Holland boven het IJ zijn typisch de eenlettergrepige en dikwijls maar uit drie letters bestaande familienamen als Al, Bal, Dam, Hein, Laan, enz., die in verreweg de meeste gevallen versleten vormen van Oudfriese mansvoornamen zijn. Men vindt vele van deze namen als voornaam, maar ook wel eens als bijnaam, in de Fontes Egmundenses en in de Rekeningen van Holland en Zeeland, in de 13de en 14de, sommige ook al in vroeger eeuwen" [Meertens-1952, p 35].
• "De in formeel opzicht minst complexe manier om van een soortnaam een familienaam te maken, is geen enkele formele verandering door te voeren, m.a.w. de diernaam wordt bij proprialisering in een nevenschikkend verband na de voornaam geplaatst, b.v. Jan Schaap, Klaas Spiering, Piet Steur. Deze wijze van naamvorming heeft een groot aantal familienamen doen ontstaan in Nederland, meer bepaald in het westen ervan. (...) Uit de verspreiding van tal van diernamen (...) blijkt dat het type familienaam zonder naamvormend element een Randstedelijk karakter heeft. De bakermat van de familienamen van het type Zwaan, Kraan, Baars, Muis e.d. ligt in het noordwesten van Nederland. Deze lokalisering stemt overeen met de verdeling van de lidwoordloze eenlettergrepige eigenschapsnamen (b.v. Jong, Groot, Lang) en, met enige nuancering, ook met het lidwoordloze nominatieftype bij de tweelettergrepige beroepsnamen (b.v. Schipper, Korver)" [Marynissen-1999, p 15, 17].
• Er zijn in totaal meer dan 200 verschillende familienamen met -brecht. Het Belgische FN-bestand bevat 93 schrijfvarianten van 16 verschillende samenstellingen met -brecht(s). Het Nederlandse bestand telt 103 schrijfvarianten van 21 verschillende patroniemen met -brecht(s). Op kaart 14 heb ik de genitiefvormen gezamenlijk afgezet tegenover de nominatiefvormen. De grens tussen -brecht- en -brechts-vormen loopt in Vlaanderen ter hoogte van de Schelde-Dender. Het gaat om een verbluffend scherpe grens, temeer daar hier meer dan 200 verschillende namen gegroepeerd zijn. In Nederland sluiten de westelijk-Noord-Brabantse -brechts-vormen aan bij het Vlaamse genitiefgebied. Ten noorden van het Rivierengebied overweegt de -brecht-variant, zij het dat dit patroniemtype daar globaal zeldzamer is [Ann Marynissen, 'Cartografie in de naamkunde', in: Naamkunde 32 (2000), nr 1-2, p 27 + kaart].
• Ook in de klasse der toponymische achternamen zijn afgebakende dialectarealen te ontdekken. Typisch Oostnederlands zijn bijvoorbeeld de namen met het voorzetsel 'te'. Voorzetselnamen die in Nederland en Belgi? massaal voorkomen, ontbreken vrijwel geheel in het Duitse taalgebied. Daar is een onderscheid te maken tussen namen op -er in Zuid-Duitsland, namen zonder affix in meer centrale gebieden en namen op -mann in Noord-Duitsland [Van Loon-1980, p 138].

afkortingen en bibliografische notaties: