Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Kam, de
< Kam, van de / der < Kamman
Kammen, van der

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Arnoldus van de Kam (Aarle-Rixtel 1821-Lieshout 1895); zoon van Jan van de Camme (Best ca. 1763 - Aarle-Rixtel 1836), klompenmaker [Henny Bevers-van den Baar, 'In gesprek met ... Piet van de Kam', in: D'n Effer 28 (2014), nr 1, p 20-34].
• Kam, van (der); van (der) Cam, van der Cam(m)e, van der Cammen, Vercamme(n), Vercam, Verkammen, Verkem:  1. PlN Mnl. camme: brouwerij. 1331 Ghisel van der Kammen, St.-P.-Leeuw (PEENE); 1576 Merten Vercammen, Reet (MAR.). — Lit.: BdS 1982, nr.2, p.7. — 2. Van Kam/Van Cam kan een var. zijn van Van Chaam.  [WFB2]
• Kam, van der; Vercammen: PlN Mnl. camme `brouwerij'. 1331 Ghisel van der Kammen, Sint-Pieters-Leeuw VB (WF).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: