Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Schooten, van
< Schoot, van < Schoote, van
Schot, van
Hoijtema van Schoot

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Schoot, van (de); (van der) Schoot, Schoote(n), van der Schot, van de(r) Scotte, Wa(r)scotte, Verschoot(e(n)), Verschote, van Schoten, van Schoote(n):  1. PlN Schot: afgeperkte ruimte, plaats waar vee opgesloten wordt (MOERMAN, MANSION). 1352 Olivier van der Scotte = 1356 Oliveri de Scotten, Ktr.; 1382 Wouters erve van den Scoote, Aarsele; 1382 Pieter van der Scotte = 1398 van den Scotte, Menen (DEBR. 1970). — 2. PlN Schoot: beboste hoek zandgrond uitspringend in moerassig terrein (TW), hoek van de hei (MOERMAN). Schoot (NB), in Noordwijk (ZH) en verspreid in de Kempen. Jan van den Scoete opten Scoet, Lillo (TROCH); 1340 Godefridus de Scoete; Henricus de Scote, Tnh. (VERB.). — 3. Zie ook Van Schoten.  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: