Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Rooij, de (y)
< Rooij, van (y) < Rooijen, van (y)
Raaij, van (y)
Roij, van (y)
Rooij (y)
Wanrooij, van (y)

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Arnulf/Arnold van Rode (ca. 1060-1106), getuige 1096 [Martien van Asseldonk, 'Licht op Peellands verleden. Het graafschap Rode en de cijnskring Peelland', in: Helmonds Heem (1994), nr 1-2, 129 p].
[Hans Vogels, 'De heren van Mierlo', in: D'n Myerlese Koerier 12 (1998), nr 1, p 15-39; idem, 'Mierlo, zijn oudste heren en hun familie (c. 1100-1335)', in: D'n Myerlese Koerier 13 (1999), nr 2; idem, 'De oudste heren van Heeze, Leende en Zesgehuchten, Sterksel, Mierlo en Geldrop (1100-1300). Een genealogische reconstructie,' in: Heemkronijk De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten 37 (1998), nr 2, p 68].
• [Hans Vogels, 'Het graafschap Rode, de priorij van Hooijdonk en de Van Herlaars', in: De Drijehornickels 11 (2002), nr 3, p 64-76].
• [Hans Vogels, 'Het graafschap Rode, het geslacht en het kapittel van Rode', in: Heemschild 39 (2005), nr 4, p 113-139].
• [J.M. van Winter, 'Middeleeuwse namen van Gelderse schildboortige geslachten', in: BMN (1961), nr 19, p 10].
• Dereck van Roey Garssone, Zutphen 1608; Gerrit van Roy, pender 1599 = Garritt van Roey, 1600; mr. Pieter van Royen, stadssteenmetselaar 1605 = Peter Gisbertsen van Roy, 1611 [Galema-2000, deel 1, p 110].
• Joannes Jansse van Roij (Jan van Rooij), afk. uit Sint-Michielsgestel, huw. aldaar 1714. Na 1810 wordt de naamsvorm bij alle nakomelingen in Sint-Michielsgestel en Gemonde definitief Van Rooij [Informant: B.A.A.J. van Rooij te Arnhem (dd182@wxs.nl), 21-2-2002; zie website onder externe links].
• Jan van Rooij, geb. St. Michielsgestel 1704, huw. Schijndel 1732 met Isabella Fabri [Informant: René van Rooij te Eindhoven, 28-12-2005; website: http://home.kpn.nl/~rlhvanrooij/].
• Cornelis van Rooij (Nuland 1786-Berlicum 1864) [André Schoones, 'Kwartierblad van Mathijs van der Bruggen', in: Het Griensvenneke 38 (2013), nr 1, p 2-12].
• Ten aanzien van rode-toponiemen:
- [J.H. Gallée, 'Rode, rade', in: NGN 2 (1892), p 32-73; Jos. Habets: 'Eenige Limburgsche plaatsnamen op rode en rade', ibid. p 74-78].
- [E. Schröder, 'Zur Geschichte der Ortsnamen auf -rode', in: Zeitschrift für Ortsnamenforschung 4 (1928), p 17-26].
- [Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade. Rodungsnamen im rheinisch-limburgischen Grenzraum, Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, 86, Hasselt 1996, 35 p].
- [Frans Theuws & Arnoud-Jan Bijsterveld, 'Der Maas-Demer-Schelde-Raum in ottonischer und salischer Kaiserzeit', in: Siedlungen und Landesausbau zur Salierzeit, I, Sigmaringen 1991, p 113; kaart: Zehn Typen von Siedlungsnamen im Maas-Demer-Schelde-Raum].
- [P.L.M. Tummers, 'De rode-namen in Nederlands Limburg', in: MVN 43 (1967), p 46-66].
- [Martien van Asseldonk, 'Licht op Peellands verleden. Het graafschap Rode en de cijnskring Peelland', in: Helmonds Heem 20 (1994), nr 1-2, 131 p].
- [Martien van Asseldonk: 'Het graafschap Rode. Bouwsteen van het middeleeuwse kwartier Peelland', in: Brabants Heem 48 (1996), nr 2, p 59-66].
- [J.T.J. Jamar & L. Augustus, 'Castrum Rodense in de Annales Rodenses; Kerkrade of 's-Hertogenrade?', in: Het Land van Herle 34 (1984), nr 4, p 81-86].
- [L. Augustus & J.T.J. Jamar, Annales Rodenses. Kroniek van Kloosterrade. Tekst en vertaling, Maastricht 1995, p 41].
- [H. Hardenberg, 'Naamkundige problemen rond het koningsgoed in de Maasgouw', in: MVN 43 (1967), p 16-26].
- [M.J.H.A. Schrijnemakers, Rode. De oudste nederzettingsgeschiedenis van het Land van Rode, Maastricht 1984, p 11].
- [A. Schrijnemakers, 'Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg)', in: Naamkunde 9 (1977), p 105-111].
• Rode, (van); van Rhode, (van) Roo, van Ro(e), van Rhoon, van Rooy(en), van Rooij(en), van Roij(en), van Roy(e), van Royen, van Roie, van Roei, van Roeij(en), van Roey(en), van de Ro(e)y, van de(r) Roy, van de Roij, van de(n) Roye:  PlN Schelderode (OV), St.-Agatha-Rode (VB), Sint-Brixius-Rode in Meise (VB), St.-Genesius-Rode, St.-Pieters-Rode (VB), Rode in Komen (H), Roden(DR), Roden in St.-Pieters-Aalst (OV). Of een van de overtalrijke rode-namen. Rode: gerooid bos. 1362 jeghen Jhanne van Rode, Emelgem; 1398 Willem van den Rode, Hulste (DEBR. 1970); 1442 te Rode...Thomas van Rode; 1499 opt Roder velt...Claes van Rode; 1379 Goswini vanden Rode...apud Rode; 1420 Goeswini vanden Rode...in loco dicto ten Rode, Diest (CLAES 1983); 1609 Mergriete van Roy = 1610 Machgriet van Roey, Aarts. (MAR.).  [WFB2]
• Rooij(en), van; van Roo, van Roij(en), (van) Roeijen, van Rooié: Met d-syncope uit de frequente PlN Rode `gerooid bos', o.m. Roden (DR), Sint-Oedenrode, uitspr. rooi (NB), Nistelrode, uitspr. nisselrooi (NB), Stamproy (NL). 1299 dat wij Boudijn van Roden wijsen op sijn goet ende geve hem die heerlijcheit van Roden, hoge ende lage, Zierikzee (OHZ V, 1074); 1599 Gerrit van Roy = 1600 Garritt van Roey; 1605 Pieter van Royen = 1611 Peter Gisbertsen van Roy, Zutphen (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties:

website:
http://www.vrooij.com