Nederlandse Familienamenbank |
|
Noort, van |
< | Noord, van | < |
Noord, van de / den / der Noord Noorden, van Oord, van |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • Noord = Heinenoord. | |
| • Noorden, van; van Norden, van Noord, van (de) Noort, van den Oord, van O(o)rden, van Oor(d)t, van Hoorde(n): 1. Naar de woonplaats ten noorden van een plaats. Het Noord was de naam van het kustland tussen Blankenberge en Breskens. 1363 Willem van Noorden, Vlissegem (DF XI); 1398 wedewe Jans van Noert, Izg. (DEBR. 1970). — 2. Zie Van Oorden. — 3. Zie Van Hoorde(n). [WFB2] | |
| • Oorden, van; van Oor(d)t, van den Oord, van Noord(en), van Hoorde(n), van (de) Noort, van Orden: 1. PlN Oort, Ort, Oord: uiteinde, uiterste punt; hoek, stuk land; (n)oorden: buitendijks land langs rivier. Ten Oorden tussen Groede en Schoondijke, Gaternisse (Z) (DF XI). Vgl. Oordman. 1227 Philippus de Orde, Monnikendijk Z (GN); 1368 Jan van Norden = 1369 Jan van den Hoorden = 1370 Jan van den Oorde = 1371 Jan van Oorden, Bg. (DF); 1477-91 Gillis van den Oorde, Wetteren (VS 1995, 374). [WFB2] | |
| • Noord(en), van; (van) Noort: Naar de woonplaats ten noorden van een plaats. Het Noord was de naam van het kustland tussen Blankenberge en Breskens. PlN Noorden in Nieuwkoop (ZH); Ten Oorden tussen Groede en Schoondijke (Z). 1363 Willem van Noorden, Vlissegem WV (DF); 1444 Jan van Noorde, Leiden (DM); 1608 Jan van Noorden, Aardenburg (VAN VOOREN 1973). [WFZ] |
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
