Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Goor, van < Goor, van de / den / der
Goor
Goor, van het
Goor den Oosterlingh, van
Noothoven van Goor

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Rodolfus de Gore (graaf van Goor, Ov.), Utrecht 1228 [OGZ IVa].
• Rembold van Gore, Zwolle 1399 [Maandrek. Zwolle 1399].
• Johan van Goer, Zwolle 1449 [Maandrek. Zwolle 1449].
• Arnoldus van Goer, in 1442 rentmeester van het hertogdom Gelre [Nijsten-1992, p 381, vgl. p 37].
• Adelhaert van Goir, huis Kaldenbroek te Lottum, lid van de ridderschap van het Overkwartier van Gelder 1590 e.a. [Venner-1998, p 371].
• Lodewick van Goer, Zutphen 1600 [Galema-2000, deel 1, p 37].
• Wilhem Janssen van Goor, Zutphen 1602 [Galema-2000, deel 1, p 64].
• Wolter van Goor, ged. Hasselt 1680; zoon van Rutger Hendriks, ged. Hasselt 1649 [P. Jonkers-Stroink, 'Het geslacht Van Goor', in: IJsselakademie 14 (1991), nr 3, p 72].
• Albert Gerrits (geb. 1690), zoon van Gerrit Stegeman die te Hengevelde woonde (nabij Goor), vertrok naar het Drentse De Wijk en zijn nakomelingen droegen van toen af aan de familienaam Van Goor [A. van Goor, Het geslacht Van Goor in Drenthe, Boyl 1995].
• "Goor, weer een oorspronkelijk modderwoord dat ook moeras aanduidt, vinden we terug in de familienamen Goor(man), Van (de/den/der) Goor(e), Van den Ghoer en Van Gor. De verspreiding ervan is tot op grote hoogte complementair aan die van de sompel-namen: namen met goor komen vrijwel niet voor in de Vlaamse provincies, waar het woord overigens ook als toponymisch bestanddeel zeldzaam is" [Devos-2001, p 33; met verspreidingskaart].
• Goor, van (de/n); van de Ghoor, van der Goor(e), van den Ghoer, van Gor:  PlN Goor: waterig moeras, verspreid in A, VB, L. Ook PlN Goor (NB, OIJ). 1292 Rabbode van den Gore, Oevel (CG); 1324 Robbrecht van Goere, Lv. (ICKX); 1411 Henric vanden Ghoere, Aw. (ANP).  [WFB2]
• Goor, van: PlN Goor (NB, OIJ). 1228 Rodolfus de Gore, Utrecht; 1399 Rembold van Gore, Zwolle (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: