Nederlandse Familienamenbank |
|
Brink, van de / den / der |
< | Brinke, ten | < |
Brink, ten Brinke, te Brinke Brincke, ten Brinke, auf dem |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • Egbert ten Brincke; Claes ten Brincke, Zwolle 1399 [Maandrek. Zwolle 1399]. • Claes ten Brinck, Claes ten Brincke, Zwolle 1449 [Maandrek. Zwolle 1449]. • Berent ten Brinke (Lemmen), ged. Groenlo 1715; zoon van Jan Lemmen & Jenneken te Vrught, huw. Groenlo 1701; zoon van Dries Lemmen [Erna Reuzel-Gerritsen, 'Diverse kwartierstaten Hulshof', in: OTGB 35 (2018), nr 2, p 62]. • [B.J.D., 'Rond de Brinke te Dinxperlo', in: Contactorgaan ADW (1984), augustus, p 41]. | |
| • Brink, (ten); van den Brink, te(n) Brinke: Oostelijke PlN Brink `(gras)rand, open ruimte bij een erf of in een dorp, dorpsplein'. 1266 Gerlach van den Brinck, Deventer (WF). [WFZ] |
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
