Nederlandse Familienamenbank |
|
Vos |
< | Vos, de | < |
Vos, van der Devos Vos Burchart, de Vos van Steenwijk, de Vos tot Nederveen Cappel, de |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • Item Clais den Vos van makelardien 4 sol. - uitgaven Dordrecht 1283-84 [Stadsrek. Dordrecht 1283-87, p 8]. • Johan des Vos knape, Zwolle 1399 [Maandrek. Zwolle 1399]. • Gerefaes de Vosch, riddermatige te Heusden ca. 1460 [Plomp-1993, p 91]. • Roelof Willemsz (de Vosch) (ca. 1550-voor 1634), schepen te Zijderveld, enz. [W. Lobbezoo-de Vos, Familie De Vos, Woerden 1996; vgl. Genealogie-CBG 3 (1997), nr 4, p 112]. • Augustyn de Vos, bewoner en eigenaar van het huis 'tblaeuw cousse' te Middelburg 1576; Michiel de Vos woonde in het huis 'Ros Bayaert' [Kohier 100ste penning Middelburg 1576, p 21, 26]. • Jacob Crijnse de Vos, geb. Stavenisse ca 1605, landbouwer te Oud Vossemeer, sedert 1639 onder Poortvliet; zoon van Crijn Leunisse, Oud Vossemeer enz. [J.L. Braber, 'Stamlijst van de familie De Vos', in: GN 24 (1969), nr 4-5, p 114]. • Quohyer van de personen binnen Scherpenisse boven 20 jaeren oute... 1622: Hubrecht de Vos; Michiel de Vos [Romeijn-1993, p 155, 156]. • Lodewijk de Vos (Lodewich Voss), gbv. Wesel, vest. Culemborg ca. 1700; zoon van Johann Voss [NP 59 (1973), p 369]. • Jan Tomasz de Vos, Broek in Waterland 1742 [PQ Broek in Waterland 1742, p 408]. • [G.C. Ramsay, 'De geschiedenis van de Nederlandse en Amerikaanse families De Vos', in: Zeeuwse emigranten (1991), nr 2, p 19]. • Vgl. NNN toponiem De Vos (Wijhe). • Deze naam is in België in 1999 nummer 18 op de lijst van de meest voorkomende familienamen ['Meest gehoorde namen in België', in: De Standaardtaal, bijlage van De Standaard 6-3-2001, p 7]. | |
| • Vos, (de); Voss, (de) Vosse, Vosch, Vossius: BN naar de naam van het dier, de vos. BN voor een sluwerd of een roodharige. Of huisnaam. Voss is Ndd. Vossius is een latinisering. 1222 Danielem Vulpem, Heule; 1261 Waltero dicto Vos, Har. (DEBR. 1980); 1348 Jhan de Vos (DEBR. 1971); 1382 Jan die men seide de Rode Vos, Geluwe (DEBR. 1970). [WFB2] | |
| • Vos, (de); Voss: BN naar de diernaam vos, voor een sluwerd of een roodharige. 1292 wi Ghelnoet die Vos, Hulst; 1326 Glorie Henrix Vos dochter, Hulst; 1355 Jan de Vos priester, Ossenisse (DEBR. 1962, 1999); 1311 Jacob die Vos, Aardenburg (HAES. 169); 1495 Pieter de Vos, Aardenburg (VAN VOOREN 32). [WFZ] |
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
