Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Leeuw, de < Leeuw
Leeuw, van der
Leuw, de
Leeuw van Weenen, de
Leeuw den Bouter, de

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• "Een tweede reeks diernamen die in familienamen voortleven, wordt zowel in westelijk Vlaanderen als in het westen van Nederland gecombineerd met een lidwoord, nl. De Wolf, De Vogel, De Leeuw, De Haan, De Vos, De Haas. Drie ervan wisselen in Nederland af met de lidwoordloze vorm, die er ongeveer even frequent is: Vos/De Vos, Vogel/De Vogel, Wolf/De Wolf. Maar daar staat tegenover dat de namen De Haan en De Haas in Nederland veel frequenter zijn dan Haan en Haas en dat er maar weinig Nederlanders zijn die Leeuw heten, terwijl De Leeuw een hele gewone Nederlandse familienaam is" [Marynissen-1999, p 22].
• Helmich die Lewe, 1415 [Nijsten-1992, p 159].
• Genealogieën van de familie De Leeuw over 1406-1712, met Balthasar de Leeuw (1598-1642) [J.C. Kort, De archieven van de familie Van der Dussen, 1517-1905, 's-Gravenhage 1992, p 78].
• Maeycke Tonisdr de Leeuw, geb. Capelle NB ca. 1560; dochter van Tonis Jansz de Leeu, ovl. Capelle 1579 [Iongh de-1992, p 184].
• Gerrit de Leuw, tinnegieter, werd in 1574 in de stadsrekeningen van Nijmegen vermeld met een post betreffende het gieten van 18 stadskannen [B. Dubbe, 'De Nijmeegse tinnen stadskan 1574', in: Numaga 31 (1984), nr 1, p 12, 13].
• [L.F.W. Adriaenssen, 'De Leeuw uit De Bont', in: dBL 41 (1992), 42 (1993). Vgl. 'Wapenregister', in: Jb. CBG 52 (1998), p 265].
• Jan de Leuwe, Weert 1550; Merten in den Leuwe, Weert 1551; Willem in den Leeuw, Weert 1555 [Poorters Weert, p 37].
• Oeds Oedses (de Jong(e) / Jong(s)ma) (Bakkeveen 1777-Ureterp 1835) nam anno 1812 te Ureterp de familienaam De Leeuw aan. "De familieoverlevering wil dat de naamsaanduiding van De Jong in de streek al niet meer voldoende individualisering gaf; het heet verder dat Oeds al de bijnaam De Leeuw voerde, die daarom als achternaam zou zijn gekozen. Of die verklaring geheel steekhoudend kan zijn? Ook Oeds' broer, Gauke, nam in 1812, bij afzonderlijke akte, de achternaam De Leeuw aan. Zou niet wellicht de naam van een herberg - die van de vader te Bakkeveen, of de later aangekochte herberg te Friesche Palen - een rol hebben kunnen spelen? Het zijn veronderstellingen; ik heb niets kunnen vaststellen" [H. Schuttevâer, Voorouders. Transparanten uit een kwartierstaat, Zaltbommel 1976, p 80, 92].
• Gerbrig Jansen de Leeuw (28j.), naamsaanneming te Oostendorp, gem. Elburg, 1812 [Historie van Oostendorp, Elburg 2001, p 12].
• Joseph Levy neemt in 1811 te Den Haag de familienaam De Leeuw aan; vgl. Levie [Van Creveld-1989, p 97].
• [Hansen-1985, p 396].
• < Levi [J. Becker, 'Het verdwenen Register der Naamsaannemingen van de Joden te Lith', in: Maaskroniek 8 (1985), p 357].
• [Z. Bar, 'De leeuw is eigentlijk iemand, die bang is voor niemand (vrij naar den Schoolmeester)', in: Misjpoge 8 (1995), p 77-82].
• [W.J. Willard, Kwartierstaat van Giorgio de Leeuw, Almere 1996].
• Jan Bartelts uit Langezwaag nam in 1811 de naam De Leeuw aan (Mairie Langezwaag, fol. 35v), mede voor zijn kinderen Barteld, Willem, Jan, Geert, Teunis, Mintze, Geertje, Gepke en voor zijn kleinkinderen [Informant: Hans van der Woude, 26-5-2001; bron: Alle Friezen Naamsaanneming].
• Willem de Leeuw, geb. Lemsterland 1853, emigreerde in 1883 naar de USA [H.R. van der Woude, Stamreeks Hijlkema/Hielkema (Baflo-Michigan), Zuidlaren 2004].
• [N. Plomp & Z. Plomp-Kamphuis, Het nageslacht van Jan de Leeuw en Aaltje van der Wind, Woerden 1977].
• Leeuw, (de); (de) Leu(w), (de) Leeuwe, Leeuw(s):  BN naar de eigenschappen van de leeuw (kracht, trots, onstuimigheid) of naar de huisnaam. 1306 Danin dou Leuwekin; 1380 de groote Leeuwe, Ip. (BEELE); 1307 Claus die Lewe, Aw. (V.GORP 1949); 1311-1424 uuten Leeu, Dordrecht (EBELING 1993); 1407 Jan de Leeuwe, Aw. (ANP); 1536 Claes inden Leeuw, Zolder (VANB.). Zie ook Leo.  [WFB2]
• Leeuw, (de); Leeuwe: BN naar de eigenschappen van de leeuw (kracht, trots, onstuimigheid) of naar de huisnaam. 1311-1424 uuten Leeu, Dordrecht (EBELING 1993); 1560 Maeycke Tonisdr de Leeuw, Capelle NB (DM); 1635 Geeraert Stoffelse de Leeuw, Sinoutskerke; 1692 Cornelis Geersz. de Leeuw, Nisse . ­ Lit.: J. DE JONGE, het geslacht de Leeuw. VZS 1994, 172-183, 216-219.   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: