Nederlandse Familienamenbank

Naam 

Hond, de

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Hond(t), de(n); de Hont, (den) Hand, D'Hond(t), Dhond(t), D'Houndt, Dhonte, D'Hont, Don(d)t, Honts, Honds, Ons:  BN als scheldwoord, uitdrukking van minachting; of huisnaam. 1273 Walteri dicti Canis; 1284 Willelmus Hont, Ktr. (DEBR. 1980); 1280 Boidinus Hont, 1326 Jan de Hont, Ip. (BEELE).  [WFB2]
• Hond, de; de Hon(d)t, d'Hond(t), d'Hont, Dhon(d)t: BN als scheldwoord, uitdrukking van minachting. Of huisnaam. 1350 Willem Hont schepenen in Hulst; 1381 Jan de Hont, Ossenisse (DEBR. 1999); 1475 Wouter de Hondt, Aardenburg (VAN VOOREN 1970).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: