Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Bot, de
Boet, de
Bood, de
Boot
< Boot, de

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Ter gelegenheid van het maken van een boot bij extra hoog water [P.A. Harthoorn, 'Boom vanden geslachte van Adriaen de Boodt', in: VZS (1983), nr 40, p 260].
• Boot, (de(n)); de Boodt, de Boedt, (de) Boet, Boodts, Bootz, Boot(s), Bods, Boe(d)t(s):  Onduidelijke BN. 1. Mnl. boot: boot. — 2. Mnl. boot: ton. — 3. Mnl. bo(o)t: botdrager (muntnaam). 1401 Jan de Boot = 1404 Jan Boots huus, Bg. (SIOEN). — 4. Zie (de) Boets. — 5. Zie Boets.  [WFB2]
• Boot, (de); Boodt, Bood(t)s: Er zijn verschillende verklaringsmogelijkheden, vanwege de verschillende betekenissen van Mnl. boot: `boot; ton; botdrager (muntnaam)'. 1324 Hughe Boet = 1325 Hughe die Boet = 1339 Hughe de Boot¸ Hulst; 1341 dat in Willems Boots derchtich spaden hadden ligghende Hughe Boot, Marie, Griele ende Bette Boots, Saaftinge (DEBR. 1999); 1438 Jan de Boot, Hulst (PARM.); 1562-1604 Jacob de Boot, Baarland (HARTHOORN).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: