Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Vries, de
< Vries < Vrieze
Vriesema
Vriesman
Vrijs
Fries

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Hotthije Frijess, Leeuwarden 1531 (Keimpema Espel); vgl. even verderop de voornaam Frijeske; als voornaam: Fryese Gosse zoon, Leeuwarden 1547 (Oldehoofsterespel) [Fontes Leovardienses, p 75, 101].
• Pieter Cornelisz Vries, Pieter de Vries, Rotterdam 1552 ['Het tweede giftboek van Rotterdam', in: OV 44 (1989), p 157].
• Symon Jacobsz Vries, aangeslagene bij de capitale impositie van 1585 te Amsterdam; uit Harlingen, vestigt zich ca. 1580 te Amsterdam [Dillen van-1941, p 177].
• Als voornaam: Vries Dirixszn, wonende tot Schiedam, 1606 [M. van der Kooij (samenst.), Van der Kooij. Grepen uit de geschiedenis van een oud boerengeslacht, 1988, p 61].
• Vries(e), (de); (de) Vrieze, de Vriesse, Vris, Devrisse, Defrise, Defrize, de Vreese, de Vreeze, de Vreesse, de Vreece, de Vreest, (de) Vrees, Frees(e), Frese:  Volksnaam van de Fries, inwoner van Friesland. De klankwettige Ndl. vorm is inderdaad Vries(land). 1278 Jan die Vriese, Dordrecht (CG); 1300 Willelmus dictus Friso (DEBR. 1980); 1313 Pieter Vrese, WV (RYCKEBOER); 1318 naest Jhans Vriesen, Hulst (DEBR. 1999); 1382 Jan de Vriese, Ktr. (DEBR. 1970). — Lit.: H. BUITENHUIS, De familienaam De Vries. MVN 1965, 163-173.  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: