Nederlandse Familienamenbank |
| Verschoor | < |
Schoor, van de / den / der Verschoore Verschoor van Nisse Verschoor de Berkhout |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • "Een onzijdig woord schaar, ook in de samenstellingen getijdeschaar, vloedschaar, bestaat in onze taal in de betekenis van diepe geul. Toponymisch komt het vooral in Zeeland voor; bv. Schaar van Ierseke, Schaar van Kolijnsplaat, Schaar van Waarde, Schaar van Valkenisse, Schaar van Vuilbaard, Schaar van Onrust; de eerste vier genoemd naar de naburige plaats, de twee laatste naar een zandplaat. De betekenis 'geul' is verwant met die van 'kloof, steilte'; vgl. bij Kiliaan schaere (vetus. 'scopulus, rupes'), ndl. schaar 'hoge, steile rivieroever' (ook in schaardijk 'dijk zonder voorland'), waarbij als adjectief Gronings schaar 'steil, hoog', mhd. schar 'steil'. Als oorspronkelijke betekenis mag men aannemen: afgesneden, steil afgebroken, daar het woord behoort bij scheren. Naast schaar komen o- en o-vormen voor [diakrieten op beide o-'s ontbreken in dit citaat], zonder dat de verhouding van de klinkers overal duidelijk is. Vgl. bij Kiliaan schorre, schore 'saxum abruptum', ndl. schoordijk, waarbij als adjectief schor 'steil'. In de betekenis 'oever, strand' is vooral bekend Engels shore. Toponymisch zijn ten onzent te noemen de plaatsnamen Scharwoude, Schardam enerzijds en Schoorl anderzijds" [Schönfeld-1955, p 217]. • [Sigmond-2024, stamreeksen Verschoor, zie bijlage]. • Applonius Verschoor, geb. ca. 1545, landbouwer te Dirk-Smeetsland in West-IJsselmonde, begr. IJsselmonde 1624-25; zoon van Dirk Florysz, vermeld sedert 1535 in de rekeningen van het Domein Putten [Markus van-1994, p 47, nr 16118]. • Jan Henricxz Verschoer, Rotterdam 1551 ['Het tweede giftboek van Rotterdam', in: OV 44 (1989), p 151]. • [J. Spaans, Met hen verbonden... De stamreeks van een der takken Verschoor, Bodegraven 1993]. • Jan Cornelisse Verschoor, geb. Giessen-Nieuwkerk, huw. Giessendam en Peursum 1724 [Slootweg-1997, p 49]. • Annie Romein-Verschoor (Nijmegen 1895-Amsterdam 1978) ['Nijmeegse biografieën', in: Jaarboek Numaga 53 (2006), p 118]. | |
| • Verschoor(e), Verschooren, Verschore(n), Verschorre(n), Verscoore, van de(n) Schoor, van Schoore(n), van Schoren: PlN Schoor, Schor(r)e: aangeslibd land dat rijp is om ingedijkt te worden, moeras (TW). Zie ook Van Schoor. 1281 Jacobus Dellescore, Woitinus Dellescore, Avelgem (HAES.); 1324 Jehan van der Score = van Score, WV (DF XIV); 1392 Art vanden Score, Aw. (ANP). [WFB2] | |
| • Schoor, van (der), Verschoor(e), Verschoren, Vers chorre(n): PlN Schoor (NL), Schore (WV, Z). Schoor `rijbruggetje over een smalle waterloop' (VAN BERKEL), `aangeslibd land dat rijp is om ingedijkt te worden, moeras' (TW). 1280 Adelise de Score, Z (OBREEN 227); 1324 Jehan van der Score = van Score, WV (DF XIV); 1415 Dirc van der Schoer, Eem ZH; 1460 Jacop van Scoer, Ridderkerk (NL 91 (1974), 296-357). [WFZ] |
bijlage:
Kees Sigmond: Kwartierstaat Sigmond in stamreeksen, Verschoor. Rotterdam/Dordrecht, 1993-2024.
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
