Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Kelen, van der < Keelen, van den / der

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Afk. uit Gaasbeek bij Aalst (B.). Gillis van der Kelen, geb. ca. 1410 in de streek van Pamel, enz. [J. Smits, De familie Van der Ke(i)len, Edegem 1992; vgl. Med. CBG 47 (1993), nr 4, p 120].
• Kelen, van der; van der Keel(en), van der Keilen, van der Kel, van der Ce(e)len:  PlN Keel, Kel: buis, pijp, geul (MOERMAN), smalle strook (VAN PASSEN), stuk land tussen twee sloten. De familie stamt wsch. van het hof Ter Kelen (1387) in Gaasbeek (VB). Keel o.m. in Pulle en Massenhoven (A) (PAK), 1386 ter Kele in Mater (CASTELAIN 2002).1272 Johannem dictum de Kela, Viersel (V.LOON); 1356 Jan van der Kelen, St.-Kw.-Lennik (PEENE 1949). — Lit.: Par 1989, 118-135. — J. SMITS, Familiegeschiedenis Van der Kelen, 1992.  [WFB2]
• Kelen, van der; van der Keelen, van der Kellen: PlN Keel, Kel `buis, pijp, geul; (ook) smalle strook, stuk land tussen twee sloten'. De familie stamt van het hof ter kelen in Gaasbeek (VB). 1356 Jan van der Kelen, Sint-Kwintens-Lennik (WF).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: