Nederlandse Familienamenbank

Naam 

Spruyt

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Spruyt, Spruijt, Spruit, Spruydt, Spruytte, Sprute, Sprout, Sprauten, Spro(o)ten, Spröte:  Mnl. sprute: spruit, uitspruitsel. BN voor een jong of tenger mens. Of: telg, nakomeling. Vgl. D. Spross en Spreutels. 1388 Pieter Sprute, Ip. (BEELE); 1398 Hannekin Sprute, Tielt (DEBR. 1970); 1377 Jans Sproeten guet, Lummen (MNT 463).  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: