Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Slabbers
< Slabber < Slabbaert
Slabbertje
Slaper

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Slabbaert, Slabber: Afl. van Mnl. ww. slabben `gulzig drinken, kwijlen'. BN voor een schrokker, slemper, drinkebroer'. 13e e. Witzo Slabbart, Wolphaartsdijk Z (GYSS. 1966); 1290 Pieres filz Agheten Slabbers, Schouwen (OHZ IV, 854); 1338 Olivir Slabbaerd schepenen in Hulsterambacht; 1359 Jan Slabbaerd; 1369 Jan Slabbaert... Matthiis Slabbaert siin broeder, Hulst (DEBR. 1999); 1544 Adriaen Slabbaert, Aardenburg (VAN VOOREN 30); 1613-49 Adriaan Slabbaert, Zierikzee (DE VOS 181). De naam blijkt ook als VN gebruikt te zijn: 1318 Sklabbert Domaes sone, Walcheren; 1318 Storms Slabberts s., Schouwen (MEERTENS 1947).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: