Nederlandse Familienamenbank |
| Schuiling | < |
Schuijling (y) Schuil Schuling Jansen Schuiling Wassenaar Schuiling |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • Schuiling, Schuling, Schulinck, Schulingkamp - De naam komt vooral in Drente voor; als erfnaam is hij me niet bekend. In 1448 wordt Bertolt Scullyng in Vasse vermeld. De voornaam Sculo is alleen vermeld als eerste e;lement in een onbekende plaats in Hoord-Holland: Sculinleke, in 989. Het Oudhoogduits kende het woord 'sculinga', dat schuilplaats betekende. Misschien was 'schuiling' een naam voor een huis dat bescherming bood. Als naamselem,ent is Sculo aanvaardbaar; het Germaans gebruikte als zodanig verwscheidene woorden die bescherming uitdrukten, zoals 'berg, burg' [Hekket-1975, p 136]. • Gerritje Jansen Schuiling (Randwijk 1822-1881); dochter van Jacobus Jansen Schuijlingh (Randwijk 1779-1813), tabaksplanter ['Betuwse kwartierstaat: Jansje van Heteren', in: Nieuwsbrief Historische Kring Kesteren 29 (2011), nr 2, p 24-25]. • Bewoners van Bunne en Winde tijdens de naamsaanneming in 1812: Jan Schuiling, Bunne [Tussen Stoefgat en Kiekeveer: de historie van Bunne, Winde en Bunnerveen, Bunne 1993, p 13]. • [B.J. Hekket, in: Tubantia 1973]. | |
| • Schoeling, -inck, -ynck, -ijnck, Scoelinck, Scholings, -inckx, -inchx, Schollinckx, Schuiling: Dim. op -lin van Mnl. scoe: schoen. BerBN voor een schoenmaker. Vgl. Schiel. 1300 Scoelins warf, Nieuwmunster; 1302 Clays Scoelin, Bg. (DF XIV); 1313 Gillis Scoenlin, Leke; 1336 Marie Scoelins, Testreep (RYCKEBOER); 1450 Gillis Scoelinc, Ichtegem (PARM.); 1584 Franchois Schuylincks, Aw. (AB). [WFB2] | |
| • Scholing, Schul(l)ing, Schuiling(h): Var. van Schoeling, Scoelinck. Dim. op -lin van Mnl. scoe `schoen'. BerBN voor een schoenmaker. 1302 Clays Scoelin, Brugge; 1450 Gillis Scoelinc, Ichtegem (WF). [WFZ] |
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
