Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Schuit
< Schuijt (y) < Schuijt, van der (y)
Schuijten (y)
Schuijt van Castricum (y)

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Marten Simonsz Abbe, gen. Schuyt, compassenmaker, woonde eerst in de St. Olofspoort in 't Schuytgen, ovl. 1592, aangeslagene bij de capitale impositie van 1585 te Amsterdam; zoon van Simon Abbe Jan Pontenz (1467-1549), eveneens compassenmaker aldaar. Marten Symonsz Schuytgen, betaalt huur 1583. Jan Jansz in de Schuyt met die Cruycken, aangeslagene 1585 [Dillen van-1941, p 72, 100, 119; vgl. Elias p 2].
• Jacop Dircksz Schuyt, Velsen 1646 (= Jacop Dircksz alias Schuyt, 1647); vader van Dirck Jacobse Schuyt, otr. Amsterdam 1673 [J.J. Schuyt, 'Schuyt', in: dNL 1979].
• Schuit, Schuiten, Schuyten, Schuijten, Schuyt(s), Schuijts, Schuytjens:  1. BN naar de schuit op het uithangbord of BerBN van de schipper; vgl. De Schuiteneer. 1374 Jacop Scuten den metsere, Aw. (VLOEB.); 1585 Marten Schuytgen (naar de brouwerij) "het Schuytgen", A'dam (TROCH). — 2. Dial. var. van Schout(en).  [WFB2]
• Schuit, Schuite(n), Schuijt(en): BN naar de schuit op het uithangbord of BerBN van de schipper of schuitenmaker. 1585 Marten Schuytgen (naar de brouwerij) `het Schuytgen', Amsterdam (WF); 1712 Arien Pietersz Schuytemaker alias Arjen Schuyt, Koedijk; 1790-1838 Teunis Schuijt/Schuit, Zaandam-Middelburg (voorvader van de Zeeuwse familie Schuit, Schuijt (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: