Nederlandse Familienamenbank |
| Schouten | < |
Scholten Schoute Schuiten Schoutens Smits Schouten |
verklaring:
Duidt iemand aan die het ambt van schout uitoefende. Een schout was in steden en districten de benaming voor het hoofd van het gerecht en de politie en tevens openbaar aanklager. Reeds in de Germaanse tijd was dit woord ook als persoonsnaam in gebruik, zodat Schout, als variant van Schelte e.d., in latere tijd een voornaam kon worden. De familienaam Schouten kan dus behalve een beroepsnaam ook een patroniem zijn die van de voornaam Schoute is afgeleid.
Citeren:
Leendert Brouwer, 'Schouten', in: Nederlandse Familienamenbank = CBG Familienamen, Amsterdam, Meertens Instituut / Den Haag, CBG Centrum voor familiegeschiedenis, 2000...
kenmerken:
| patroniem | beroepsnaam |
Veel voornamen die aan de basis van patroniemen liggen worden verklaard in de
Nederlandse Voornamenbank
specifieke componenten:
| en |
