Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Schellekens < Schalk
Schell
Schellens
Schelkens
Schellekes

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Lennotus Scellekins, Gent 1233 [WFB].
• [D. Vangheluwe, 'Historisch onderzoek van de dingbank Eersel, 1350-1450. Deel III: Namen', in: De Rosdoek. Heemkundige studiekring De Acht Zaligheden (1994), nr 70, p 6].
• Peter Bartholomeus Schellekens, Esbeek ca. 1550; zoon van Bartholomeus Jan Scellekens [L.F.W. Adriaenssen, 'Zes eeuwen niet van huis', dBL 38 (1989), p 152].
• Godschalck Andries Wouter Schellekens van Gorop, Hilvarenbeek 1578 [L.F.W. Adriaenssen, 'Hilvarenbeekse uitvaarten in het kerstjaar 1562-1563', in: dBL 44 (1995), p 87].
• Leendert Hendriks Schellekens, geb. Nieuwe Tonge ca. 1635; zoon van Hendrik Janse Schelkens, geb. te Geilenkirchen [Boogaard van den-1982, p 437].
• Gerardus Schel (Balgoij 1743-Overasselt 1820); zoon van Petrus Schellekens [T. Janssen, 'Kwartierstaat A. Wintjes', in: Tweestromenland. Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis (1999), nr 102, p 30].
• Schellekensveld in Berlicum (1729) is de benaming van een gebied van 32 percelen, dat in het bezit van de familie Schellekens was.
• Johannes Schellekens (Gemonde 1801-Schijndel 1862) [André Schoones, 'Annie van den Oetelaar, twintig jaar kosteres in Den Dungen', in: Het Griensvenneke 39 (2014), nr 4, p 2-9; met kwartierblad].
• Joannes Schellekens (Gemonde 1808-Soerendonk 1890); zoon van Henricus Schellekens [Annie Staal-Jacobi, 'Genealogie: de familie Schellekens uit 't Winkel', in: Aa-kroniek29 (2010), nr 1, p 19-39].
• Schal(c)k, Schalckx, Schalke(n), Schalks, Schelck, Schal(c)kens, Scailquin, Schaeiltjens, Scheyltjens, Schell(e)kens, Schelke(ns), Scheltjens, -(i)ens, Scheullekens:  Patr. Germ. VN Scalco "knecht" en vleivorm/dim. 1282 Scalkin Blindepot, Kales (GYSS. 1963); 1327 Jakemart Scalkin = 1338 J. Scallekin, Bergen (PIERARD); 1296 Hein Scelkens, Her. (DERCON); 1300 Joh. Scelkens, Tv. (BERDEN); 1365 dat Jan Hasenoechs was diemen hiet Scalcx, Bs. (OSTYN); 1379 Scellekens goede van der Stoct, Diest (F.C.); 1397 Peter Sceelkens, Aw. (ANP); 1649 Karel Scheltiens, Mech. (AP).  [WFB2]
• Schell(e)kens, Schelkens, Schelt(i)ens, Scheltjens:  1. Mnl. schelle, dim. schellekin: schel, belletje, klokje. BN voor wie met het belletje rinkelt of BerBN van de belleman. 1233 Lennotus Scellekins, Gent (GN). — 2. Patr. Dim. van VN Godschalk. Vgl. Schellen. Zie Schalck.  [WFB2]
• Schellekens: 1. Mnl. schelle, dim. schellekin `schel, belletje, klokje'. BN voor wie met het belletje rinkelt of BerBN van de belleman. 1233 Lennotus Scellekins, Gent (GN); 1550 Peter Bartholomeus Schellekens, Esbeek (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties:

websites: