Nederlandse Familienamenbank

Naam 

Quakkelaar

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Quakkelaar:  1. Spelling voor Kakelaar, afl. van Mnl. cakelen: kakelen, snateren, babbelen. 1398 Calle Caquelers = 1398 Callequin Kakeler, Bellegem (DEBR. 1970); 1625 de Kakeler, Loon op Zand; 1632 Quackelaers, Bergen op Zoom; 1636 Caekelaers, Breda; 1677 Quackelaer, Wouw (PDB). — 2. Evtl. afl. van Mnl. quackelen: schudden (vgl. Quackelbeen), beuzelen, kletsen. BN.  [WFB2]
• Kwakkelaar, Quak(k)elaar: Afl. van Vroegnnl. quackelen `schudden, trillen', ook `beuzelen, kletsen'. Wellicht veeleer freq. van quacken `kwaken, kwekken'. Vgl. Kwaak. 1337 Ian de Quaclare, Hulst (DEBR. 1999).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: