Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Graaf, de
< Prins < Prinsen
Prince
Prinz
Prins, de
Winkler Prins

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Dikwijls werd de naam van het uithangteken zonder enige voorzetsel achter de naam gevoegd en ging daardoor in een blijvende toenaam over. Egbert Jansz Prins was in 1480 raad de stad (Amsterdam) en zijn zoon Dirck Egbertsz Prins in 1481 kapitein. "Dat de Prins als uithangteeken in ons vaderland laqngen tijd boven alle anderen geliefd en populair is geweest, hebben wij reeds opgemerkt. 't Volk had den Prins lief, en zag gaarne wien 't lief had en dronk gaarne een glaasje op 't welvaren van den Prins. Ja, niet slechts aan herbergen, bij alle neringen werd de Prins uitgehangen. Wij vinden den Prins reeds in 1480; den Prins van Oranje echter in 't midden der 16de eeuw, toen Willem I stadhouder van Holland was." De reclameleus van zo'n nering in Vlissingen: "In de Oude Prins Willem, die te Delft is doorschoten / Maakt men tot ieders gerief haken, bomen en allerhande bepikte goten". Melding wordt gemaakt van vele Prinsen her en der, "maar hoe zullen wij 't gansche land doorwandelen om ze allen op te noemen?" [Van Lennep & Ter Gouw-1868, p 40, 217].
• "...te IJzerlo de katerstede Lutticke Eeckinck of Princenstede; 'Gerdt Ekinck ende jongen Eekinck, die men noempt den Princen' (1530). De laatste bewoont de Princenstede; is Prins naar Princenstede genoemd of andersom?" [W.F. Leemans, 'Prins', in: dNL 103 (1986), nr 7-8, p 270]. Hieruit is de familienaam Prinsen voortgekomen, zie aldaar [LBr].
• Eeuwout Prins (Rotterdam ca. 1550-1593), stuurman ter haringvisserij; zoon van Willem Kerssen (Stierman), stuurman en reder ter haringvisserij, vermeld 1553 & Christina Eeuwoutsdr (van der Stock), ovl. Rotterdam 1599 [Ned. adelsboek 90 (2002-2003), p 126-137].
• 1. Ysbrant Princen, aangeslagene bij de capitale impositie van 1585 te Amsterdam; = IJsbrant IJsbrantsz Prins, huw. 1581. 2. Lambert Prins, aangeslagene 1585 = Lambert Princen (1547-1591) [Dillen van-1941, p 19, 158; vgl. Elias 212].
• [H. Berg, Genealogie familie Prins, Assen 1993; vgl. DGJ 1 (1994), p 138; vgl. Genealogie-CBG 3 (1997), nr 4, p 111].
• Familieportret van Ewout Ewoutsz Prins (1590-1636), vermogend brouwer in Het Lam in de Hoogstraat, Rtd. [Bier! Geschiedenis van een volksdrank, Amsterdam 1994, p 81].
• Pijeter Rijencks Prijns, sedert 1596 [Faber-1994, p ?].
• Cornelis Corn. Prins, Huisduinen 1636 [Schoorl-1998, p 77].
• Coert Prins, Coevorden 1642, burger aldaar 1656 (afk. uit Osnabrück) [Erwin de Leeuw, 'Genealogie Prins, Dwingelo, ca. 1600-1867', in: DGJ 13 (2006), p 47-62].
• Willem Ariensz Veenman (Prins), huw. Zoeterwoude 1693 (& Magdalena de Bruijn), begr. Pijnacker 1728; zoon van Arij Simonsz Prins, ged. Zoetermeer 1631 (& Maertge van der Wilt); zoon van Sijmon Allertsz Prins, won. Zoetermeer, huw. voor 1614 (& Maritgen Claesdr); zoon van Allert Adriaens Prins, won. Zegwaard aan de Walle bij den Ellebooch, ovl. 1614-21; zoon van Adriaen Aryen Allertsz, ovl. voor 1584 & Annetge Ghoverts [Slootweg-1997, p 33].
• < Aris Aelten, weerd in 'de Prins', 'waar de Prins uithangt', Barneveld ca. 1675; zoon van Aelt Arissen, huw. Barneveld 1631 [G. van der Flier, Genealogisch overzicht van de Barnevelds-Nijkerkse familie Prins; vgl. VG 15 (1990), nr 2, p 116; 'Genealogie Prins', in: Oud-Nijkerk 8 (1989), nr 2].
• Arie Jansz Prins, huw. Schiedam 1655, enz. [Drinkwaard-1973, p 234, nr 1504].
• Theodorus Prins, geb. Bennekom 1750; zoon van Henricus Prins (1717-1799) [Bert Lever, 'Theodorus Prins en zijn familie. Bennekom in de Franse Tijd', in: De Kostersteen (2013), nr 126, p 9-18].
• Doeke Piers Prins (Birdaard 1725-1782); zoon van Pier Abeles [Van der Wel-Prins-2005, p 130]
• 1. Eildert Jans (Prins), huw. Nieuwbeerta 1732; zoon van Eildert Bartels & Tetje Galtjes. 2. Jan Eilders (Prins), Finsterwolde 1737-1820; zoon van Eildert Geerts & Lutgert Eiltjes [Boerderijen Beerta, p 187, 321, 325].
• Gerrit Prins (Ermelo 1783-1868), landbouwer; zoon van Jan Woutersen (Prins), ged. Putten 1752, huw. Ermelo 1781 (& Woutertje Gerrits); zoon van Wouter Jacobsen, ged. Barneveld 1713, huw. Nijkerk 1738 [R. Uittien-Jacobs, 'Harderwiekers en/of Hierders', in: Vittepraetje 13 (2009), nr 2, p 18-23].
• Andries Jans Prins, landbouwer aan de Hasselterdijk, nam deze familienaam in 1811 te Hasselt Ov. aan [Oosterhof-2008, p 16].
• Vondeling op de Prinsegracht, 1807 [S.E. Veldhuijzen, '"Ik heb er geen brood voor." Vondelingen te 's-Gravenhage', in: Jaarboek Die Haghe (1985), p 51].
• Asser Levie nam in 1811 te Zutphen de familienaam Prins aan [Laansma-1978, p 24].
• Een van de aan titels ontleende namen in 1811 aangenomen [Van Creveld-1989, p 96-97].
• Jannes Prins (Bellingwolde 1827-1896), dagloner ['Woar bist doe aine van? Kwartierstaat van Teijo Doornkamp', in: Ts. Westerwolde 26 (2005), nr 4, p 104-105].
• [M. van Erpers Royaards-Prins, Bijdrage tot de genealogie van de Sliedrechtse aannemerstak van een uit Molenaarsgraaf afkomstig geslacht Prins, Lienden 2000].
• [Bert Noordergraaf, 'Echte Blesgraefse namen', in: Kwartaalblad Historische Vereniging Binnenwaard 36 (2019), nr 3, p 91-102].
• Prins, (de); (de) Prinse, (de) Prince, Prins(s)en(s), Prince(n), Prinz, Prync, Printz, Leprince:  Mnl. prince, Fr. prince, D. Prinz: prins, vorst, hoofd. BN of huisnaam. 1267 Wouter Prense, Ip. (BEELE); 1391 Daneel den Prinche, Ktr. (DEBR. 1970).  [WFB2]
• Prince, (de); Prins(e), Prinzen: Mnl. prince, Fr. prince, D. Prinz `prins, vorst, hoofd'. BN of huisnaam. 1391 Daneel den Prinche, Kortrijk (DEBR. 1970); 1581-85 IJsbrant IJsbrantsz Prins = IJsbrant Princen, Amsterdam (DM).   [WFZ]
• Zie PRINCE in het Vroegmiddelnederlands woordenboek [VMNW].

afkortingen en bibliografische notaties:

websites: