Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Maris < Maris, van
Marissen
Marijs
Korteweg Maris (-)
Maris van Sandelingenambacht

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• < Ver Mariën [J. Fox, 'J.C. Maris, Maris uit Mariën', in: dNL 101 (1984), p 190].
• Jan Jansen Maris, vestiging Heiningen 1674, van Liefkenshoek, België; zoon van Jan Joosz Maris; nakomeling van Joos verMarien / Maris; nakomeling van Gillis Vermarien (1295 te St. Gillis-Waes); zoon van Willem Vermarien, genaamd 'van der Bercmoest' [Herweijer-1984, p 46, nr 800; met gebruikmaking van gepubliceerde genealogie].
• < tsjech. Maresch, waartoe de schilders Maris behoorden. "Als een Tsjechische familie naar Nederland gekomen in de vorige eeuw, pasten zij hier hun moeilijk uit te spreken naam Maresch aan aan de hier reeds lang bestaande familienaam Maris" [J.W. Maris, 'Wetenswaardigheden', in: Bruggeske 5 (1991), nr 2, p 58].
• [F. Debrabandere, 'Van Maurice tot Marijsse', in: De Leiegouw 24 (1982), nr 2, p 202].
• [J.C. Maris van Sandelingenambacht, 'Koning Ermeric's verborgen schat (...)', in: dNL (1978)].
• [A. Maris, Het Wase geslacht Maris, Antwerpen 1974].
• Jac. Maris (Magdenburg 1900-Groesbeek 1996); kleinzoon van Jacob Maris (1837-1899) ['Nijmeegse biografieën', in: Jaarboek Numaga 53 (2006), p 95].
• Vgl. NNN: erve Maris te Hellendoorn (Den Dam) < Maureis, Maurits; Maris/Marus is ook de uitspraak van Maarheeze.
• Maris, Marris, Mar(r)es, Marissen(s), Marist:  1. Metr. De stamvader van het Wase geslacht Maris/Mares was in 1295 Willem ver Marien. Marissen(s) kan uit Mariensoens, Marisone worden verklaard. 1387 Maes Jan Marisuens, Egem (DEBR.2000); 1397 Cole Marissone, Aw. (ANP); 1517 Joh. Marissens, Aw. (MUL III); 1580 Jan Marien = 1585 Jan Maris, Rupelmonde (Ndl.L. 1965, 377-396; 1967, 399-425; 1974, 100-6; 1978, 188-199: VS 1968, 221-4; 1973, 617-627. — J.C. MARIS, Maris uit Marien, 's-Gravenhage, 1983). Zie ook Marien, Vermarien. — 2. Zie Maurits.  [WFB2]
• Maurits, -itz, -ice, -ich, -is, -us, -ize, -izio, Mourus, Maurissen(s), -isse, Mourice, -isse(ns), Morice, -itz, -ys(se), -is(se), -issen(s), -es, Morris(se), Moeris, Mooris, Meurice, -is(se), -ist, -ysse, -us, Muric(h)e, -is, -ysse, Marys(se), -ijsse, -issen(s), -is(se), -ist, Marris, de Maurissens, Deme(u)rise, Demerrisse, -ysse:  Patr. Lat. HN Mauritius, afl. van Maurus "moor, bewoner van Mauretanië". 1279 Hanés Meurisses, Dk. (RL); 1324 Meurisses li Cambiers, Dottenijs (DEBR. 1971); 1347 Henrici dicti Marisse, Rumst (OAR I); 1368 van Morissis Beelen, Ktr.; 1398 Pieter Muerisse, Rollegem (DEBR. 1970); 1394 Maes Morissis, Ip. (BEELE); 1443 Aert Marijssis, Ht. (GESSLER); 1571 J. Mauris, Rijsel-Aw. (AP); 1584 Hans Marissis, Aw. (AB); 1620 Gueert Marissen = 1644 Goort Maurijsen, Bilzen (SCHOE.); 1710 Guille Marice; 1732 J.T. Marysse, Heule; 1724 Pierre Mauris fs. Pierre Maurisse, Heule (COUSS.). — Lit.: F. DEBRABANDERE, Van Maurice tot Marijsse. LG 1982, 201-3.  [WFB2]
• Maris, Marijs: 1. Metr. De tsamvader van het Wase (OV) geslacht Maris/Mares was in 1295 Willem ver Marien. 1580 Jan Marien = 1585 Jan Maris, Rupelmonde (Ndl. Leeuw 1965, 377- 396; 1967, 399-425; 1974, 100-106; 1978, 188-199; VS 1968, 221-224; 1973, 617-627). ­ Lit.: J.C. MARIS, Maris uit Marien, 's-Gravenhage, 1983. ­ 2. Een uit Tsjechië geïmmigreerde familie Maresch liet haar naam in Nederland aanpassen als Maris (DM). ­ 3. Soms var. van Patr. Maurice. ­ Lit.: F. DEBRABANDERE, Van Maurice tot Marijsse. De Leiegouw 1982, 201- 203.   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: