Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Maat
Mets
< Maats < Matser
Maats à Stuling

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Joseph Maets, Gent 1281; Michiel Maets sone, Aardenburg 1309-10. De auteur geeft verschillende mogelijke naamsverklaringen: a. mnl. maets = 'metselaar'; b. genit. van maet 'gezel, makker' of mate(man) 'arme, behoeftige'; c. patroniem Maets < Maes (bij de voornaam Thomas). Naamsvermeldingen uit andere bronnen, o.a. Bazelisse den Maets, Willekin de Mats in de Brugse archieven (Gaillard-1879, p 98); Heinric Maets, filius Clais, vander Groede, Brugge 1444 (Parmentier-1938, p 352) [Haeserijn-1951, p 121; Haeserijn-1954, p 151].
• Elbrech Maets, Medemblik 1613, weduwe van Gerrit Maets; het familiewapen bevat een gemetselde muur ['Wapenregister', in: Jb. CBG 49 (1995), p 258].
• [Frits Maats, 'Schilders Maats en het oude schildersambacht', in: Rondom Dalfsen 20 (2007), nr 59/2, p 1233-1236].
• Matz, Maats:  D. Patr. < Mathias of Matheus.  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: