Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Lammers
< Lamers < Laemers
Laamers
Lamerichs

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Clair, dochter van zaliger Lambert Lamerts (ook: Lamberts), Nijmegen 1567 [Legerboek Stevenskerk Nijmegen 1600, p 57].
• Voorouder: Hendrick Lamberts, huw. Zutphen 1642 [J.G. Lamers, Genealogie familie Lamers, Leiden 1642-1992, Leiderdorp 1992; vgl. Meded. CBG 47 (1993), nr 3, p 87].
• Michael Joannes Lamers (Budel 1772-1850); zoon van Michael Lammers (Lamers, Lambers) (Achel B. 1743-Budel 1799); zoon van Theodorus Lambrechs (Lammers) (Hamont B. 1717-1750); zoon van Marcelli Lambrechs, huw. Hamont 1708 [Tjeu Lamers, 'Genealogie: de familie Lamers/Lammers', in: Aa-kroniek 24 (2005), nr 2, p 99-113].
• Mathijs Lamers (Overasselt 1743-Nederasselt 1831); zoon van Lamert Thijssen, huw. Overasselt 1734 [P.J. Francissen, 'Kwartierstaat J. Willems', in: Tweestromenland (1997), nr 91, p 22].
• [J.A.H. Lammers, Voorlopige genealogie en kwartierstaat Lamers-Lammers, Bergen 1995].
• Lambrecht(s), -brechs, -brechtsen, -berechts, -beregts, -breg(h)t, -breg(t)s, -bregchts, -bregtse, -bregh(t)s, -brexhe, -breckx, -breck(s), -brecq, -bretchts, -brecth(s), -bricht(s), -brich(s), -brigt(s), -brigh(t)s, -berigts, -bri(c)ks, -brick(x), -bri(e)x, -brik, Lamprecht, Lemb(e)rechts, Lembreg(h)t(s), Lembrik, Lombrechts, Lambert(s), -ber(t)z, -bertsen, -bers, -beir, -ber(g), -bart, -baere, -baert(s), Lanber, Delambert, Lampers, Lember(t), Lemper(e), Lampert(h), -pa(e)rt, -pertz, Lempart, -pert, Lambaets, -beets, Lamerichs, -igts, Lammerich, Lammert(s), Lamert, Lammerz, Lemmaert, Lammer, Lam(m)ers, Laemers, Lemmer(s), -erz:  Patr. Germ. VN land-berht "land-schitterend": Landebert, Lan(d)bertus, Lambertus, Lambre(c)t (Fm., MORLET, GN). De vormen met Lem- zijn Br.-Limburgs; die met -m(m)- zijn ontstaan door ass. mb/mm. 1280 Aelidis Lamberti; 1374 Pieter Lanbrecht = P. Lambrecht, Ip. (BEELE); 1320 Lambert dit Lambrecke, Luik (BODY); 1399 Willem Lampaert (Ktr., DEBR. 2000’). — Lit.: F. DEBRABANDERE, De familienaam Lambrecht. LG 1980, 87-8.  [WFB2]
• Lammer(s), Lamer(s), Laemers, Lemmer(s), de Lamper, Lampers, Lemper(e), Lempère:  1. Afl. van Mnl. lam(p): lam. BerN van de schaapherder, die lammeren hoedt. Vgl. De Geeter. 1313 Bouden die Lammere = 1336 Bouden de Lamre, Dudzele (RYCKEBOER); 1351 van Amelise Lampere, Gent (GSP). Zie ook VS 1981, 449-455. — 2. Zie ook Lambrecht(s).  [WFB2]
• Lammerts, Lammertsma, Lammers(e), Lemmers, Lamers, Lampert, Lamper(s): 1. Patr. Uit Lamberts, resp. met assimilatie mb/mm en verscherping b/p. - 2.Afl. van Mnl. lam(p) `lam'. BerN van de schaapherder, die lammeren hoedt. 1313 Bouden die Lammere, Dudzele; 1351 van Amelise Lampere, Gent (WF); 1590 Adriaan Lamper, Wemeldinge (VZS 1993, 4).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: