Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Kwant
< Kwanten < Quanten

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Kwant(en), Quant(en), Quante(ns), Quandt:  Mnl. quant: gezel, kameraad, guit, snaak. BN. 1281 Joh. Quans, Gent (HAES.); 1396 Jan Quantiin, Aspelare (DE B.).  [WFB2]
• Kwant, Kwanten, Quan(d)t: Mnl. quant `gezel, kameraad, guit, snaak'. BN. 1581 Cornelis Lourisz Quant, Zoeterwoude-Leiden (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: