Nederlandse Familienamenbank

Naam 

Kraak

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Kraak, Kra(a)ck, de Crae(c)ke:  1. Mnl. vrake, craek: schip, kraak. 1586 Silvester Krake (schipper), Rostock (NN). — 2. Van ww. craken: krakend geluid maken, babbelen, snappen. Mnd. Krack: kraai (NN). Syn. met de Kraker. 1568 Cornelius Craec, Lv. (HENNO); 1584 Joost Craeck, Wervik-Aw. (AP).  [WFB2]
• Kraak: 1. Mnl. crake, craek `schip, kraak'. 1586 Silvester Krake (schipper), Rostock (NN). ­ 2. Van het ww. craken `krakend geluid maken, babbelen'. Vgl. de Kraker. Mnd. Krack `kraai' (NN). 1665 Cornelis Jansz Craeck, Zevenhuizen (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: