Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Knijff < Knijf
Knijff, de
Knijff, van der

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Ansfridus Knif, 1108 (kopie midden 12e eeuw) = Anfridus Knif, 1116, getuige voor de bisschop van Utrecht; Theodricus Knif, getuige te Utrecht, 1169. Mnl. cnijf = dolk [Gysseling-1966, p 15].
• Ansfridus Knijf, Utrecht 1108; Johannes dictus Kniif, oorkonde betreffende Gr. Z.H.Waard, 1275 [Schaar van der-1959, p 36].
• [Dirk J. de Vries, 'Jelis Knijff en Jelis Jelissen, kistenmaker in Zwolle en beeldsnijder te Kampen', in: Bulletin KNOB 100 (2001), nr 2, p 72-82].
• [Onno Hellinga, 'Alde famyljeoantekeningen fan Knijff, Mellema van Oosterzee en Wigara, de skoanfamylje fan Sibrandus Lubbertus', in: Genealogysk Jierboek (2002), p 99-185].
• [Hans Knijff, 'De familie Knijff en de steen- en dakpannenindustrie te Woerden', in: Heemtijdinghen 46 (2010), nr 3, p 69-83].
• Vgl. NNN: toponiem Knijfgensdorp (Vleuten).
• Knijf, de; de Knyf, (de) Knijff, Kinif, Quinif, de Kneef, de Cnijf, de Cnyf, de Cneef:  Mnl. cnijf: lang, puntig mes, dolk, E. Knife. BN voor een lang magher mens, met scherp gezicht. Of BerBN voor de messenmaker. 1121 Arnoldus Knif, Utrecht (OHZ I,214); 1303 van Clays Knive, Bg. (VERKEST); 1398 Weynin de Knijf, Ktr. (DEBR. 1970).  [WFB2]
• Knijff, (van): Ook de Knijf, de Cnyf, de Kneef. Mnl. cnijf `lang puntig mes, dolk', E. Knife. BN voor een lang mager mens, met een scherp gezicht. Of BerBN voor de messenmaker. 1108 Ansfridus Knijf, Utrecht (V.D.SCHAAR 1959); 1169 Theodricus Knif, Utrecht (GYSS. 1966); 1398 Weynin de Knijf, Kortrijk (DEBR. 1970); 1475 Jan Knijf, Aardenburg (VAN VOOREN 27). Het voorzetsel van is secundair. ­ Lit.: L. POPLEMONT, De afkomst van het geslacht Knijff. VS II (1968), 67-68.   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: