Nederlandse Familienamenbank

Naam 

Kloote

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Cloet, (de); Kloet, Clout(te), (de) Cloedt, Cloud(t), Cloets, Cloodts, Cloot(s), Clooth, Kloote, Kloot(s), Kleuts, Clot(h), Clotte, Kloth, Kluth, Cloët, Kluit(s), Cluy(d)ts, Clu(d)ts:  BN Mnl. cloot: klomp, kluit, (speel)bal; vaak scheldwoord voor een lummel, sukkel, sul. De FN Cloet moet als Kloot worden uitgesproken. 1268 Stasinus Clout; 1280 Willekinus Cloet, Ip. (BEELE); 1398 Jan de Cloet, Markegem (DEBR. 1970).  [WFB2]
• Kloot, Kloote, Kloet, (de) Cloe(d)t, (de) Clout: Ook de FN Cloet/Kloet met Mnl. oe-spelling moet als kloot worden uitgesproken. Mnl. cloet, cloot `klomp, kluit, (speel)bal'. Vaak een scheldwoord voor een lummel, sukkel, sul. 1372 Danckaert Cloets lant, Hulst; 1381 Jan Cloot, Hontenisse (DEBR. 1999); 1457 Lauwers de Cloet, Sluis (PARM.); 1472 Loy Cloet, Aardenburg (VAN VOOREN 25).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: