Nederlandse Familienamenbank |
|
Hoorn, van Oudshoorn Barnhoorn Dijkshoorn |
< | Hoorn | < |
Horn Hoorn, ten Hoornsman Hoornstra Eenkhoorn |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • Claes Jansz Hoorn, aangeslagene bij de capitale impositie van 1585 te Amsterdam [Dillen van-1941, p 160]. • Dirck Jansz Hoorn, Volendam 1692 [D. Brinkkemper, 'De opkomst van Volendam als vissersplaats 1462-1700', in: Premiefoto Vereniging Oud Volendam (1998), nr 29, p 43]. | |
| • Hoorn, (van); van Hoorne, van Ho(o)ren, van Horn(e): PlN Hoorn: punt, hoek. Ook huisnaam. Of PlN Hoorn (NH, ZH, G, GR, FR, L). 1281 Marcus de Horne; 1306 Jehans de le Horne, Ip. (BEELE);1340 Goeswinus de Hoerne, Tnh. (VERB.); 1410 Willem van Hoerne; ±1400 Meeus in den Horen, Aw. (ANP). — Lit.: X, De geslachtsnaam Horne. Br.L. 1954, 60-61. [WFB2] | |
| • Hoorn(e), Horn(e), de Hoorne, D'Hoorne, de Horne, Dhorne, Hoorens, Hoeren(s), Horrens, Horen(s), Oren(s), Hören, Hurn: Mnl. hor(e)n, hoorn, hurn: hoorn. 1. BN voor de hoorndrager; vgl. Hoornaert. — 2. PlN of huisnaam Hoorn. Zie Van Hoorn. 1303 van Weite den Horen, Dudzele; Willem Horens wedewe, Ktr. (VERKEST); 1436 Betkin Hoorens, Ip. (BEELE). [WFB2] | |
| • Hoorn, (de); Horn: Mnl. horen, hoorn `hoorn'. BN voor de hoorndrager of naar de huisnaam. 1303 van Weite den Horen, Dudzele (WF); 1585 Claes Jansz Hoorn, Amsterdam (DM). [WFZ] | |
| • Zie HORN in het Vroegmiddelnederlands woordenboek [VMNW]. | |
| • Zie HORNE in het Vroegmiddelnederlands woordenboek [VMNW]. |
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
