Nederlandse Familienamenbank

Naam 

Emmer

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Heemers, Hemmer, Emer(e), Emère, Emmer(s):  Patr. 1. Germ. VN haim-hari "heem-leger". D. FN Heimer. — 2. Zie Imbrecht(s).  [WFB2]
• Imbrecht(s), Imbereht(s), Imbreckx, Immerechts, Im(m)erix, Imbert, Imer, Immer(s), Himbrecht(s), Embrecht(s), Embreghs, Embregts, Emmerecht(s), -egs, -ich(ts), -ig, Embert, Emmert, Embers, Emmer(s), Hembrecht(s), Hemmerechts, Hemmer, Emer(e), Emère, Heemers:  1. Patr. Germ. VN ing-berht "god van de Ingweonen-schitterend": Ingobertus, Incbertus (MORLET I), Imbert (GN). Maar de naam werd vaak verward met Ingelbrecht. 1382 Ghiselin Ymbrecht, Rumbeke (DEBR. 1970); 1558 Hans Immerecht, Mech. (AP); 1606 Merten Emmers, Kontich (SELS). — 2. Zie Hembrecht(s).  [WFB2]
• Emmer, Hemmers: Patr. Germ. VN haim-hari `heem-leger' of uit Embert, zie Embregts.   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: