Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Dronkers < Dronkert
Dronk
Dronkers Delsaine

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• "Enkele familienamen die de indruk maken dat ze eveneens patronymica zijn, konden we niet in deze lijst opnemen, omdat we geen bewijsplaatsen hebben gevonden voor de voornamen, waarvan deze afgeleid konden zijn. Het zijn de volgende: Bouterse (van Bouter?), Dronkers (van Dronker(t)?) (...)" De betreffende lijst is een opsomming van patroniemen en voornamen [Meertens-1947, p 36].
• Voorouder: Adriaen Dirksz Dronckert, schipper en schout van Goidschalxoord (Heinenoord) omstreeks 1700; later vestigde de familie zich in Zeeland [D.J. Dronkers, Notities betreffende het geslacht Dronkers, oorspronkelijk Dronckaert(s), Dronckert (Dronkert), Velp 1980; vgl. Med. CBG 35 (1981), nr 3, p 5].
• Adriana Dronkers, huw. Tholen 1785; dochter van Sijmen Dronkers, huw. Liefkenshoek bij Lillo in België 1748; zoon van Pieter Wouterse Dronckaert (ca. 1665-1714), schipper te Lillo-Liefkenshoek; Wouter Jobse Dronckaert, huw. Liefkenshoek 1664; zoon van Job Aryense Dronckaert, aanvankelijk won. te Lekkerkerk, schipper, huw. Liefkenshoek 1652; zoon van Adriaan Dirksz Dronckert, schout van Goidschalxoord, ovl. 1625, begr. in de kerk te Heinenoord [Jobse-1980, p 134, nr 103 (vervolg 1982, p 287); gegevens verstrekt door D.J. Dronkers te Velp].
• Jan Dronkers (Terneuzen 1795-Vlissingen1877); zoon van Job Dronkers (Liefkenshoek/Lillo 1760-Kattendijke 1819); zoon van Arie Dronkers, schipper van Wemeldinge op Holland [Waarde van-1971, p 316, nr 56].
• Toponiemen in België: Drinkaard, te Herderen bij Tongeren in Limburg; Dronkaard te Herne/Hérinnes in Brabant; Dronkaard te Rekkem in West-Vlaanderen [Houet-1947].
• Als huisnaam: vergelijk 'Den ziecken dronckaert', Middelburg 1576 [Kohier 100ste penning Middelburg 1576, p 50].
• [D.J. Dronkers, Notities betreffende het geslacht Dronkers/Dronkert, oorspronkelijk Dronckaert(s), Dronckert, Velp 2006].
• Dronkers:  BN Mnl. droncker(e): dronkaard.  [WFB2]
• Dronkers: BN Mnl. droncker(e) `dronkaard'. 1795 Wouter Johannes Dronkers, Lillo ­ Baarland (VS 1972, 578).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: