Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Wandel
< Wandeler, de < Wandeleer, de
Wandelaar

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Wandelaer(e), (de); de Wandele(e)r, de Waandeleer, de Wandeleir, -aire, Wendeler:  Afl. van ww. wandelen: heen en weer gaan, rondlopen, rondzwerven, veranderen. BN voor een wandelaar, die vaak op weg is; of voor iemand die veranderlijk, wispelturig is. Vgl. De Wandel(e). 1298 Johanne Wandelart, Bg. (VERKEST); 1338 Marie de Wandelaers, Har. (DEBR. 1971); Katerina dicta Wandelaerds, Lier (OAT III); 1387 Jan Wandelaerts huus; 1389 Ard Wandelere, Duffel (OAR II).  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: