Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Brink, van de / den / der
< Brink < Brink, ten
Brinks
Brinck
Wilbrink
Hietbrink

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Hinryck Brynck, te Gees en Zwinderen ca. 1450 [Schattingslijst Drenthe ca. 1450, p 66].
• [Nederlandse Genealogieën (KNGGW), deel 10 (1993)].
• Amelrinck Brinck, in 1461 te Harderwijk [E.J. Feenstra, 'Bewoners van de Hoogstraat in de 15e en 16e eeuw', in: Hist. Jb. Harderwijk (1990), p 53].
• Berthelt Brinck te Steenbergen (Roden)1546 [Schattingslijst Roden 1546, p 33].
• Roelf Jans neemt tot zijnen geslachtsnaam de naam van Brink aan, Roden (1826) [E.R. Krijthe, 'Naamsaanneming. Invoering van de familienamen', in: Tijdschrift Roon 16 (1994), nr 4, p 6-9].
• Naamsaannemingsregister Lutten 1811: Gerrit Brink, fn. Brink, won. erve Brincks. Henrick ten Brincke, 1474 (schattingsregister van Salland). Erve Brinks (+ foto). Albert Brinck is in 1601 gebruiker van het erve Brincks. Gerrit Gerritsen werd in 1792 meijer van het erve Brinks; hij nam in 1811 de naam Brinks aan (op p 24 staat Brink) [H. van Biessum, De markte Lutten door de eeuwen heen, Wezep 1996, p 24, 27, 126].
• Brink staat anno 1995 op 73 in Emsland, Niedersachsen [Spiekermann-2005, p 118].
• Brink, (van den); Brinck, Brinks, van Brincken, Ten Brink, Tenbicq, Teblick, Téblick:  Oostndl. PlN Brink: (gras)rand, open ruimte bij een erf of in een dorp, dorpsplein. 1266 Gerlach van den Brinck, Deventer; 1399 Heinrich Brinck (krijgt leen) te Brinck, Hengelo (Midd. 1975, 1-30, 85-93).  [WFB2]
• Brink, (ten); van den Brink, te(n) Brinke: Oostelijke PlN Brink `(gras)rand, open ruimte bij een erf of in een dorp, dorpsplein'. 1266 Gerlach van den Brinck, Deventer (WF).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: