Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Braam
Brem
Abram
Bramsen
Bromet
< Bram < Bramme

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Bram, Brame - représente l'anc. occitan brame 'cri, rugissement', issu du verbe bramar < germ. *brammon 'crier, mugir' [Morlet-1991, p 136].
• Braam, Braem(e), Bram(m)e, Bra(e)m(s), Breem(s), Brem(s), Brembs, Brah(a)m:  1. Patr. Korte vorm van de bijbelse VN Abraham. 1280 Braem Baes; 1280 Michael Braem, Ip. (BEELE); 1378 Braem de Volre; 1368 Boudin Braems kindren, Ktr. (DEBR. 1970); 1375 Jo Brems = Jo Breems, Tv. (BERDEN). — 2. De naam Braam kan ook gegeven zijn naar de braamstruik. Vgl. 1281 Lambinus Bramsat, Desselgem (HAES.); 1398 de Braemsnider, Ktr. (DEBR. 1970); D. Brambeer. En voor Brems kan ook aan de bremstruik worden gedacht; vgl. van den Bremt, van der Ginste. BRECH. verklaart de naam van de toondichter Johannes Brahms (1833-97) uit Bramst: bremboer.  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: