Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Bouwman
< Bouwmeester < Boumeester
Bouwmeister
Meester
Bouwmeesters
Janssen Bouwmeester (-)

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Geerd Boumeister (4x in deze vorm); hij wordt al vanaf 1432 vermeld; in 1430 Berent Boumeister, Zwolle 1449 [Maandrek. Zwolle 1449].
• Jacob Boumeister, Zutphen 1606 [Galema-2000, deel 1, p 16].
• Hendrik Bouwmeister alias Jonkman, Langelo ca. 1665; vader van Jan Bouwmeester, huw. Langelo 1690. De naam Bouwmeester herinnert vermoedelijk aan het Haaksbergse erve de Bouwmeester ten noordwestren van de windmolen De Korenbloem [Henk Kormelink, 'Het erve Jonkman in Langelo en zijn bewoners', in: Aold-Hoksebarge 32 (1999), nr 4, p 2174-2178].
• Geurt Dirksz Bouwmeester, huw. Bennekom 1681 [Pol van de-1993: 1994, p 26].
• Bernardus Bouwmeester (Rietmolen 1755-Eibergen 1805) zoon van Joannes Olminkhof & Janna Bouwmeesters, huw. Eibergen 1752 [Erna Reuzel-Gerritsen, 'Diverse kwartierstaten Hulshof', in: OTGB 34 (2017), nr 3, p 88-93; 35 (2018), nr 1, p 28-32].
• [Boerderijenkaart Haaksbergen-2008].
• Bouwmeester, -meister, Baumeister:  BerN van de bouwmeester, opzichter over de openbare gebouwen. 1539 Jan Boumeester, Essen-Aw.; 1539 Willem de Boumeestere, Boxtel-Aw. (AP).  [WFB2]
• Bouwmeester: BerN van de bouwmeester, opzichter van openbare gebouwen. Ook D. Baumeister. 1539 Willem de Boumeestere, Boxtel-Antwerpen (WF).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: