Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Bouman
< Bouma < Buma
Bouwma
Boukema
Bauma
Laan Bouma, van der

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Voorouder van een familie Bouma: Maurus Hanckesz, in 1569 een welgestelde boer te Beetgummermolen [C. Bouma, Het voor- en nageslacht van Folkert Mouwrins Bouma en Dirkje Clases gehuwd te St. Jacobiparochie 22 juni 1766, Emmeloord 1980].
• Jan Gelts (1726-1800), koopman wonend in het Huys ten Oort, grootvader van kleinkinderen die in 1811 de familienamen Noordhuis (< Huis ten Oort), Bouma en Hoekstra aannamen [J. Portengen & D. Bouma, Huys ten Oort onder Oudwoude, bakermat van een familie Bouma, Hoekstra en Noordhuis, Delft 1994; vgl. Genealogie-CBG 2 (1996), nr 2, p 34].
• Sytse Heines Bouma (Terwispel 1772-1830), boer; zoon van Heine Sytses, huw. Terwispel 1771 met Fokjen Tjeerds (Terwispel 1754-1822) [Hellinga-1996, p 107, nr 40].
• Melle Gerbens nam in 1811 in Bergum de familienaam Bouwema aan, maar hij schreef Bouma, mede voor zijn kinderen Gerben (1756-1851) in Garijp, Tijttje, 53 jaar, in Hardegarijp, Eelke 48 jaar, in Hardegarijp, Folke (1765-1845) in Oudega, en voor Trijntje, 41 jaar, in Groningen, en voor een groot aantal kleinkinderen en achterkleinkinderen [H.R. van der Woude, Genealogie van der Woude/Veenwouden, Zuidlaren 2001].
• Jacob Klazes Bouma (Paesens 1794-Morra 1834), boerenknecht; zoon van Klaas Andries, geb. Nes ca. 1765, huw. Paesens 1791, voerman & Susanna Jacobs, ged. Paesens 1769 [Klaas J. Bekkema, ' Kwartierstaat Taeke Klimstra', in: De Sneuper 17 (2003), nr 3, p 115, nr 30].
• [H.T.J. Miedema, 'Sou, Séfonnen, Bauke, Bouma, Thor en touwersdey', in: It Beaken 37 (1975), nr 4-5, p 302; L.H. Bouma, 'Bouma, Bouwema, Bouwma', in: It Beaken 38 (1976), p 112-113].
• [T.J. Buma, 'De Buma's van Jutrijp-Hommerts', in: GN 30 (1975), p 34, 70].
• [R. Piters de Jong, De Ouster Trijegeaen. Skiednis fan in part fan Doanjewerstal, 1982, p 34, 232].
• [J.M.W. Bouma, Over mijn ouders, grootouders en andere familieleden, Groningen 1999; vgl. Genealogie-CBG 7 (2001), nr 2, p 48].
• Bouwman(s), Bouma(n), Boumand, Boumen: 1. Patr. Afl. van de VN Boudewijn. 11de e. Boldmannus, Gent (WF). ­ 2. BerN Mnl. bouman `landbouwer, tuinman'.   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: