Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Boot < Bot
Boots
Boet
Boot, de
Boote

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Stamvader van het geslacht Booth was een zekere Gijsbrecht Bothenzoon, heer van Laar, ovl. in Utrecht in 1123. Omstreeks 1270 kwam de familie Boot naar Dordrecht. De Bootjessteeg bij Zwijndrecht, aangelegd door Jan van Brakel, ambachtsheer van Heer Oudelands Ambacht 1348-1351, is naar diens vrouw, Maria Booth, dochter van Cornelis Booth, genoemd. Nakomelingen vestigden zich ook in Engeland en Ierland; een beroemde telg uit deze tak is Willam Booth, de stichter van het Internationale Leger des Heils [A. van der Linden, 'De Bootjessteeg', in: Swindregt Were 13 (2000), nr 2, p 23-27].
• Als voornaam: Boete Werpsz, Leeuwarden 1547 (Oldehoofsterespel); Bote Claes metselers, idem; Botte Scheltez, idem [Fontes Leovardienses, p 82, 94, 95].
• Willem Geerit Denniszoon Boot, Sprundel 1550; naar wiens familie de voormalige Bootestraat nu Groenstraat [M.J.J. van den Maagdenberg, 'Toponiemen', in: Heemkunde kring Onder Baronie en Markiezaat te Sprundel (1988), p 54].
• De familie heette al Boot toen het nog landlieden waren en in de vervening hun inkomen vonden. De naam Boot heeft dan ook niets met een schip te maken, maar is waarschijnlijk afgeleid van de tonnen waarin voorheen de turf werd gewogen en vervoerd; men noemde zo'n ton een bod, budde, botte, both, bothe of booth. Jan Jansz in 't Veld, vervener en veehouder te Oudshoorn, heeft omstreeks het midden van de 17e eeuw de naam Boot aangenomen. Zijn voorvader Cornelis in 't Veld, geboren omstreeks 1550, woonde in het veld van Esselijkerwoude (Woubrugge) nabij de Jacobwoudse brug [L.L. Louwerse & P. Leeflang, 'De scheepswerven en motorfabriek van Boot', in: De Viersprong. Uitgave van de Historische Vereniging Alphen aan den Rijn 16 (1999), nr 58, p 3].
• Gerrit Jansz wordt pachter van een goed van familie Boot en wordt nu Gerrit Jansz Boot genoemd (Zijpe 1674) [Dekker-1986 (Zijpe), p 155; vgl. ook p 283: FN Colterman].
• "In het doopboek te Wemeldinge staat op 6 October 1709 de aantekening 'omtrent den vader den toenaam van de Boot is door deze Cornelis aangenomen en ter gelegenheid bij het maken van een boot bij later hoog water door hem gemaakt en gebruikt'." [J.J., Polderman, 'Namen, vroeger en later in Zuid-Beveland', in: Historia. Maandschrift voor geschiedenis en kunstgeschiedenis 13 (1948), p 64].
• Naam van een scheepstimmerman [R. Boot, 'Langerack-Boot', in: dNL 100 (1983), p 161].
• Cornelis H.B. Boot (1813-1892), burgemeester van Amsterdam, 1855-1858 ['Regenten en burgervaders. Zes eeuwen Amsterdamse burgemeesters', in: Ons Amsterdam 58 (2006), nr 11-12, p 427].
• Boets, Boedts, Boet(e), Boët(e), Boot(s), Boodts, Bootz, Bods, Bots:  1. De m.i. waarschijnlijkste verklaring is die als Patr. Germ. VN Bodo. Maar in veel gevallen ook var. van Bouts. 1315 Danckard Boets zone = 1326 Dankaerd Boetszone, Hulst (DEBR. 1999); 1324 Walterus dictus Boete...decimam dictam Boets, Ktr. (DEBR. 1971); 1531 Enghel Boets = 1532 Ingel Boeten = 1547 Enghel Boots = 1549 Enghel Bots, Aarts. (MAR.). — 2. Mnl. boete: vat, ton. BN of BerBN. — 3. Mnl. boete: grove schoen. BN of BerBN. — 4. Zie (de) Boets. — 5. Zie (de) Boot.  [WFB2]
• Boot, (de(n)); de Boodt, de Boedt, (de) Boet, Boodts, Bootz, Boot(s), Bods, Boe(d)t(s):  Onduidelijke BN. 1. Mnl. boot: boot. — 2. Mnl. boot: ton. — 3. Mnl. bo(o)t: botdrager (muntnaam). 1401 Jan de Boot = 1404 Jan Boots huus, Bg. (SIOEN). — 4. Zie (de) Boets. — 5. Zie Boets.  [WFB2]
• Boot, (de); Boodt, Bood(t)s: Er zijn verschillende verklaringsmogelijkheden, vanwege de verschillende betekenissen van Mnl. boot: `boot; ton; botdrager (muntnaam)'. 1324 Hughe Boet = 1325 Hughe die Boet = 1339 Hughe de Boot¸ Hulst; 1341 dat in Willems Boots derchtich spaden hadden ligghende Hughe Boot, Marie, Griele ende Bette Boots, Saaftinge (DEBR. 1999); 1438 Jan de Boot, Hulst (PARM.); 1562-1604 Jacob de Boot, Baarland (HARTHOORN).   [WFZ]
• Zie BOOT in het Vroegmiddelnederlands woordenboek [VMNW].

afkortingen en bibliografische notaties:

websites: