Nederlandse Familienamenbank |
|
Boon |
< | Boone | < |
Boonen Bohne Boontjes Boone, de Kuijper Boone (y) |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • Boon, Boone(n), Bonen, Boons, Boen(s), Bone, Boenne, Boënne: 1. BN naar de geringe waarde van de boon, het dagelijkse voedsel in de ME (HAGSTR. 1949). Vgl. Grotebone, Vettebone (GOTTSCHALD 1954). — 2. BerBN voor een bonenplanter, -teler of -dorser. 1220 Ghiselbertus Bone = 1221 Giselinus Fave (LEYS 1951,115); 1398 Pieter Boene, Wervik (DEBR. 1970). — 3. Evtl. Patr. Zie Boonen. [WFB2] | |
| • Boon, (de); Boone(n): 1. BN naar de geringe waarde van de boon, het dagelijkse voedsel in de middeleeuwen. Of BerBN van de bonenplanter, -teler of -dorser. 1430 Willem Boone, Axel (PARM.); 1595 Jan Jacobsz Boone, Baarland; 1599 Jan Jansz Boone, 's-Heer Arendskerke (HARTHOORN). 2.Patr. Ook wel Boon < Boudin, vleivorm van Boudewijn. 1554 Adriaen Boudynsz / Boynsz / Bowens, Peursum (vader van) Pieter Adriaensz (vader van) Jan Pieter Boonse (vader van) 1649 Pieter Jansz Boon, Peursum (BROUWER 2001). [WFZ] |
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
